maandag 13 februari 2012

Klaar! (nou ja, bijna dan)



Tadaaaaaaa: ons nieuwe huis! Mooi he?
Er is wat tijd overheen gegaan, maar de (meeste) schilderijen hangen nu, net als de handdoekenrekjes. We zijn bij Jim Moore geweest, de populaire enorme Schot die in zijn winkels en zijn huis een enorme hoeveelheid grote en kleine hebbedingen heeft staan. Ik had er al zo vaak kwijlend rondgekeken, maar ik had nooit een excuus om me te buiten te gaan. Maar nu... Nu verzoop onze toch niet kleine eettafel volkomen in de gigantische hal van een eetkamer. Daar moest toch iets op worden gevonden. En wel bij, je raad 't al, Jim.
Een knalrood enorm dressoir, een noodle table, een mooi kastje en een gigantische Chinese drum staan dus nu prachtig te wezen en ik word elke keer vrolijk als ik ze zie. Ik word ook nog steeds elke dag vrolijk als ik langs de file loop. En als ik in het stoombad of de wisselbaden zit. Erik is heel erg vrolijk geworden van de squash-baan die hier ook op het terrein verstopt zit (en van het vinden van een partner om mee te squashen, Duro) en van de gym. En de jongens zijn blij met hun heuse speelkamer (met een deur die ik dicht kan trekken om de rotzooi niet te zien) en met de vriendjes die hier wonen, veel meer dan in het vorige condo. Kortom: het is een goede beslissing geweest om te verkassen.

Natuurlijk valt er nog steeds te mopperen: we hebben geen warm water, wisselvallig internet beneden (ja, dat krijg je dus met twee verdiepingen in Maleisië) en geen Astro, want daarvoor moeten we een getekend huurcontract faxen en de eigenaar komt maar niet over de brug. Maar goed. Dat zijn kleinigheidjes. Zeg nou zelf: mooi toch? (nou maar hopen dat we straks nog in ons 'echte' huis passen...)

donderdag 2 februari 2012

Internetbankieren

Wij zitten nu al een jaar of twee bij HSBC, een grote, internationale bank. Als alles goed gaat, gaat het ook prima. De creditcard doet 't altijd, de bankpas meestal ook (dat je soms de melding krijgt dat je pas geblokkeerd is en dat je contact op moet nemen met je bank, betekent helemaal niet dat je bankpas het bij een andere ATM niet doet) en we kunnen internetbankieren. Zo'n beetje.
Op zich werkt het internetbankieren best handig. Geen apparaatje waar je je pas in moet doen, maar een ander veiligheidsmechanisme dat prima werkt. Geld overmaken tussen eigen rekeningen is een fluitje van een cent. En er zijn een aantal vaste lasten (elektriciteit, televisie, telefoon) die je prima kunt betalen via internet. Maar er zijn ook dingen die niet lukken. Zo probeerde ik de verhuizer te betalen.
Lukte niet. Wat ik ook probeerde. Ik kreeg alleen een melding dat ik de limiet voor het betalen aan derden had overschreden voor die dag. Maar ik had verder helemaal niemand betaald!
Uiteindelijk ben ik maar eens gaan bellen. Dat is altijd en overal een frustrerende bezigheid, bellen met een grote instantie, en hier dus ook. Vijfentwintig keuzemenu's (ja, ik wil Engels praten, nee, ik wil geen nieuwe creditcard) verder kreeg ik eindelijk een Echt Mens aan de telefoon. Of ik even mijn TelePin kon geven.
Mijn TelePin? Wat is dat? Die heb ik nog nooit gebruikt.
Oh, nou, ons wachtwoord was ook goed. Gewoon even de getallen intoetsen.
Laat ons wachtwoord nou deels uit letters bestaan - hoe toetsen we die in?
Oh nee, dat gaat inderdaad niet. Ja, weet u: op internet kunt u kijken hoe hoog uw limiet is voor betalingen aan derden die niet op de vaste lijst staan...(Aha, er viel één kwartje: het elektriciteitsbedrijf, de kabelexploitant en het telecombedrijf staan daar dus wel op).
Nou, dat lukte me nog net. En die limiet was.... nul. Noppes. Nada. Mocht niet.
Oh ja, dat kon veranderd worden. Tuurlijk.
Met de TelePin.
Of op het kantoor.

Zucht.
Ik ben op zoek naar onze TelePin en moed om weer te gaan bellen. Want om op het kantoor een steek verder te komen,heb ik mijn man nodig. Als 'vrouw van' en mederekeninghouder kom je geen steek verder. Zelfs niet met een handgeschreven briefje met handtekening.
Welkom in de 21e eeuw!

donderdag 26 januari 2012

Thailand always amazes you...


Voor de Chinees Nieuwjaar-vakantie hadden we (lees: ik) bedacht dat we dit jaar naar een lekker makkelijke strandbestemming zouden gaan. Leek me fijn, na drie weken intens feestvieren in Nederland en daarna twee weken intens verhuizen in Maleisië. Krabi, dus. Oké, ik moet opbiechten dat ik eerlijk gezegd geen idee had waar het nou precies lag. Ja, in Thailand ergens. Niet al te ver weg. Heel eerlijk gezegd dacht ik dat het gewoon één stadje/dorpje was. Maar ik had er goede verhalen over gehoord, de Thai zijn altijd goedlachs en vriendelijk en het eten is lekker. Wat wil je nog meer?
Ons relaxte vertrek werd iets minder relaxt toen ik zaterdag om een uurtje of elf de vluchtgegevens nog eens nalas en er achter kwam dat we al om half twee vlogen (en niet om half drie). Paniek, want de zaterdag voor Chinees Nieuwjaar en dus een gigantische uittocht van Chinezen die weliswaar niet Balik Kampong doen, maar wel Balik Ipoh, of Balik Singapore, of Balik Penang. Files en dus stress en een echtelijke crisis die net op het punt van ploffen stond, toen bleek dat de file vooral richting Ipoh stond. Erik kon op zijn eigen beruchte wijze over de snelweg vliegen en ik ging daar voor de verandering een keer niet moeilijk over doen. We waren op tijd en verder ging alles gelukkig gestroomlijnd.
In Krabi bleken we op Railay Beach te zitten en dan wel aan de oostkant, in het meest afgelegen resort dat we maar konden vinden: het Railay Great View Resort and Spa. Nee, niet 'really great view' - hoewel dat ook makkelijk had gekund, want we moesten er even voor klimmen, maar we hadden dan ook wel een huisje met een prachtig uitzicht op de Andaman Sea. Niks op aan te merken!
Na een heerlijk nachtje slapen, hobbelden we de berg weer af richting wat 'men' het mooiste strand van Krabi noemt (alleen ben ik de naam even vergeten). Prachtig strand, inderdaad - maar wel heul erg druk. Heel vol. Denk aan Zandvoort op de enige mooie zomerdag in maanden. Maar dan met blauwe zee, wit strand en palmbomen enzo. Oh ja, en geen tractor met kibbeling, maar bootjes met springrolls, noodles en heerlijke verse vruchtenshakes voor omgerekend nog geen euro.
De volgende dag dachten we toch maar iets te gaan zien. Een Sunset Trip: in de middag snorkelen bij allerlei leuke eilandjes in de buurt, dan een barbecue met verse vis ergens op het strand en na zonsondergang weer rustig naar huis toe. Maar dat liep even anders...
Ruim op tijd stonden we op het juiste strand met ons voucher in handen. Op drie verschillende plekken vroegen we waar we moesten wachten, en allemaal wezen ze op één bepaald terras. Als we daar gingen zitten, kwamen ze ons vanzelf roepen. Maar wat er ook gebeurde: we werden niet geroepen. Erik ging polshoogte nemen op het strand, waar alle longtailboat-schippers mensen aan het laden en lossen waren, hij vroeg overal rond, maar er kwam niemand. We zagen een boot komen die leek op de boot op de folder, maar nog steeds werden we niet geroepen en uiteindelijk vertrok hij zonder ons. En toen, ja, toen ineens wist één van de mannetjes dat dat de boot was die we hadden moeten hebben.
Gelukkig wilde hij ons ook wel even naar het bureau van de tour-agent brengen. Wie weet konden we nog een bootje huren om ons alsnog naar die grote boot te brengen - tenminste, dat dachten wij.
Om een lang verhaal kort te maken: daar dacht de tour-agent heel anders over. Niks goedlachs en vriendelijk: meteen schreeuwen dat we te laat waren, dat we het verkeerd hadden gedaan en dat we op moesten rotten. Niet voor rede vatbaar. Sterker nog: toen wij hem rustig probeerden te vertellen dat we alleen maar tot een gezamenlijke oplossing wilden proberen te komen, pakte hij een tasje uit zijn bureau. En daar haalde hij een mes uit.
Eerlijk.
Midden in dat ene drukke straatje dat Railay Beach rijk is, voor de ogen van onze jongens, haalt hij een mes tevoorschijn.
Tja, wat doe je dan? Wij hebben ons omgedraaid en zijn weggelopen.
Later bleek dat er geen toeristenpolitie in Railay Beach is (die is er wel elders in Krabi en schijnt heel hulpvaardig te zijn). En niemand, zelfs de mensen van ons resort niet, was echt genegen ons te helpen. We hoefden niet te betalen (maar dat leek me logisch - we zijn ten slotte niet op die tour geweest), maar goed, daar ging het natuurlijk niet om.
Hoe mooi Railay ook is, en hoewel we allemaal nog heel waren en er geen echte schade is opgelopen: daarna was wat mij betreft het echte leuke er wel vanaf. Natuurlijk hebben we nog een dag genoten van het strand. En van de zon. En van elkaar.
Maar toch hoef ik niet meer terug naar Krabi.

donderdag 19 januari 2012

Gong Xi Fa Chai!



Vooropgesteld: verhuizen is nooit een pretje. Zelfs niet als je hemelsbreed nog geen kilometer verderop gaat wonen en je al het zware werk door verhuizers laat doen.
Het verhuisbedrijf was ons aangeraden door de Koreaanse vrouw van een Finse collega van Erik. Voor wie dat niet genoeg zegt en even zwaar generaliserend: Koreaanse echtgenotes - en vooral deze- zijn enorm precies en poetserig - alles wat ik niet ben. Dus ik dacht: als zij tevreden is, zal ik het ook wel zijn. En eerlijk is eerlijk: de man die onze inboedel kwam opnemen zag er erg betrouwbaar uit en de prijs die hij voor de klus wilde hebben, was prima. Daar konden we zelf niet voor gaan lopen slepen.
Wel was ik even verbaasd toen ik vlak voor de verhuizing te horen kreeg dat het een '1-day-job' zou worden. Maar goed, heel moeilijk is het natuurlijk niet en ik twijfelde er niet aan dat het mannetje even een blik andere mannetjes open zou trekken en ja, met z'n tienen schiet het natuurlijk wel op.
Dat dacht ik dus.
Op V-day zaten we, zoals dat op z'n Hollands hoort, dan ook om 8 uur 's morgens klaar met de koffie.
Geen verhuizers.
Ik moest nog even naar het museum voor één van de laatste trainingsbijeenkomsten van de nieuwe gidsen, maar ik voelde me erg schuldig tegenover Erik en regelde dat ik eerder naar huis kon - dus om half twaalf stuurde ik hem een berichtje: 'Ik kom er nu aan'.
'Doe maar rustig', stuurde hij terug. 'Ze zijn er net.'
Ach. Misschien had het mannetje wel twéé blikken andere mannetjes opengetrokken.
Ze waren in elk geval druk aan het inpakken. Het hele huis zat in een doos of stond op het punt in een doos gestopt te worden. Dat zag er hoopgevend uit. Wij besloten dan ook even naar het nieuwe huis te gaan, waar een blikje schoonmakers druk doende was het huis echt schoon op te leveren (want dat was afgesproken).
Ook dat zag er hoopgevend uit.
We deden een lunch, gingen terug naar het oude huis - en ik ging naar school om de jongens op te halen voor hun eerste wandeling terug naar het nieuwe huis, waar ik dan mooi op tijd zou zijn voor het in ontvangst nemen van de eerste lading dozen.
Dat dacht ik dus.
De schoonmaaksters waren klaar. Ik was klaar. Maar wat er ook kwam: geen vrachtwagen met verhuizers. 'Ze zijn nog niet klaar, het wordt wel vier uur', berichtte Erik mij vanuit het oude huis. Dat klonk al minder hoopvol, ook omdat Daan nog moest voetballen en ik dan op school moest blijven om Thomas op te vangen die uit de Nederlandse school kwam. Maar goed: we wachtten.
En we wachtten.
En we wachtten.
Om vier uur vertrokken Daan en ik naar school. Inmiddels hadden we van het management gehoord dat er na vijf uur geen vrachtwagens meer op het terrein werden toegelaten. Erik probeerde dat door te geven aan de verhuizers, maar die reageerden niet. Erik probeerde het kantoor te bellen, maar dat werkte ook niet. En ondertussen stond er dus nog Helemaal Niks in het nieuwe huis.
Om zes uur kreeg ik (inmiddels aardig over de zeik, maar verplicht tot wachten op het sportveld) een telefoontje van een Indiaas klinkende man. 'We're on our way, mem'. Ik probeerde uit te leggen dat ze het terrein niet meer op mochten, begon hij te lachen en onverstaanbare verhalen te vertellen tegen zijn collega's. Ik gaf het op. We hadden niks. Niet eens een bed of schone kleren. Misschien moesten we wel naar een hotel.
Dat dacht ik dus.
Om kwart over zes belde Erik: 'Ze zijn er!'
En jawel: toen ik om kwart voor zeven met de jongens langs de portier liep, zag ik ze sjouwen. Omhoog, omhoog. Met de hand.
We hebben met onze handen gegeten (want ik was even vergeten dat we geen borden en/of bestek hadden en had weliswaar take away gehaald, maar dan wel van de verantwoorde soort: black pepper beef, sweet and sour chicken en fried rice.
Natuurlijk ontdekten we toen ook nog de enorme lekkage in ons bad. Verder hebben we geen warm water in de keuken, lekte er een airconditioning, waren er twee toiletten verstopt en zijn twee keukenkastjes onbruikbaar. Maar toch: nu we alle dozen hebben uitgepakt (het restant werd de volgende dag gebracht) en de boel een beetje hebben ingericht, is het wel een erg fijn huis.
Met een trap.
En een speelkamer (luxe: deur dicht en je ziet de troep niet)
En veel kinderen van school in de buurt.
En de school in de buurt.
Dus nooit meer in de file naar school.
Nooit meer in de file naar school.
Kijk, daar deden we het voor. En dat was het waard!

zondag 8 januari 2012

Nieuw jaar, nieuwe... dingen!

Na een in meerdere opzichten overvolle, maar supergezellige kerstvakantie in Nederland zijn we weer 'thuis'. Ons derde jaar in KL is begonnen - misschien ons laatste, misschien ook wel niet. Als we de afgelopen twee jaar iets hebben geleerd, is het wel dat het leven van een expat volledig onvoorspelbaar is. Dus wat doen wij? Wij gaan gewoon lekker verhuizen. Morgen, om precies te zijn. En naar een plek die hemelsbreed misschien een kilometer bij ons huidige huis vandaan is - maar zo ontzettend veel dichterbij school!
Gelukkig zou dit Maleisië niet zijn als het allemaal niet net even anders liep dan we hadden gedacht. Natuurlijk wordt er tot op het laatste moment in het huis gesleuteld en hebben we tot nu toe het eindresultaat nog niet mogen bewonderen. Vanavond is de overdracht - waarbij we ongetwijfeld nog een heleboel hebben aan te merken, waardoor we vanavond (weer) een slapeloze nacht hebben en morgen ineens alles toch helemaal in orde is. Ons internet stopt aan het eind van de week in het oude huis - en wordt pas de 19e weer aangesloten in het nieuwe huis. We moeten de kabeltelevisie nog regelen. Maar hee: Malaysia boleh! Het kan hier, het komt allemaal goed. Uiteindelijk.

Weer terug zijn was trouwens wel even wennen. Niet vanwege het weer, het is hier strakblauw en heerlijk, maar in de supermarkt. In Nederland waren we weer helemaal gewend aan het gebruik zelf je karretje weg te zetten. Hier gingen we boodschappen doen, maar de auto stond helemaal aan de andere kant van de garage. Dat vonden wij geen probleem, maar vanaf de uitgang van de supermarkt liep er een mannetje met ons mee. 'Onopvallend', achter ons. 'Gaat-ie dat hele end mee?', vroegen we ons af. Dat deed hij. Om vervolgens zich zo tussen ons te wringen dat hij de boodschappen in de achterbak kon laden en daarna het karretje weer mee te nemen, terug naar de supermarkt.
Luxe? Misschien. Ik blijf het toch nog steeds ongemakkelijk vinden.

zondag 6 november 2011

Wachten op de post

Sommige dingen blijven raadselachtig, ook na twee jaar. De werking van de Maleisische post, bijvoorbeeld. De KidsWeek en Donald Duck komen week na week nagenoeg ononderbroken aan, daarmee gaat er vrijwel nooit iets fout. Maar andere dingen bereiken ons nooit. We hebben al zo vaak gehoord dat mensen ons kaarten of brieven hebben gestuurd, maar die zijn hier dan nooit aangekomen. En andersom hebben wij al vaker kaarten gestuurd, die nooit op een Nederlandse mat zijn gevallen. Gelukkig hebben we email, Facebook, Hyves en dit blog, zodat iedereen thuis weet dat we niet echt van de aardbodem zijn verdwenen. Maar sommige dingen gaan niet via email of Facebook.
Bankpasjes van onze eigen ABN Amro, bijvoorbeeld. Ik heb een rekening en een creditcard, Erik heeft een rekening en een creditcard - maar die moeten nu vervangen worden, en tot nu toe is de creditcard van Erik de enige pas die hier is aangekomen! Inmiddels zijn onze passen niet meer geldig, en dat maakt sommige dingen (gebruik maken van iTunes bijvoorbeeld, en Nederlandse rekeningen betalen) erg lastig. We hebben de bank natuurlijk gebeld, maar die kan niet meer doen dan nog eens proberen pasjes te sturen. En we hebben gevraagd of we mijn ouders adres als postadres mogen gebruiken, maar daarvoor moeten we inloggen op de ABN-site - en dat kan niet meer, omdat onze passen niet meer geldig zijn! Enige andere mogelijkheid: een brief sturen. Een brief, ja. Geen mail, geen fax, dat kan allemaal niet. Het moet een brief zijn. We gaan het proberen. Aangetekend dan maar. En dan maar hopen dat-ie deze keer wel aankomt!

vrijdag 28 oktober 2011

Tijd voor vakantie - op naar Cambodja!



Dag 1: 22 oktober
De wekker ging veel en veel te vroeg, het etentje bij Isabelle en Jean-Luc was veel te gezellig geweest... Maar goed, het was niet anders: met maar vier uur slaap achter de rug doken we de auto in, op weg naar LCCT.
Alles ging gestroomlijnd (tenminste, dat denk ik, want ik heb zowat de hele vlucht geslapen) en even voor acht uur landden we op het prachtige vliegveld van Siem Reap. Daar moesten we in de rij om een visum aan te vragen, te kopen en te krijgen en we dachten dat dat misschien wel heel lang zou duren, maar het ging erg soepel.
Bij de uitgang stond mr Han van het Seven Candles Guesthouse al op ons te wachten. Het tochtje naar het Guesthouse duurde niet heel lang, maar was wel leuk: we zagen ossenkarren, rieten huisjes, maar ook gigantisch luxe, moderne hotelcomplexen, heel bijzonder.
Bij het Guesthouse werden we opgewacht door mevrouw Ponheary, de baas. Na de gebruikelijke formaliteiten bracht ze ons naar een hartstikke grote vierpersoonskamer met ruimte zat voor ons allemaal, veel groter en mooier dan ik had verwacht. Keurige badkamer ook - alleen mag je geen wc-papier doorspoelen.
Na het ontbijt (lekker: de jongens hadden pannekoekjes, Erik een omelet met tomaat en ui en stokbroodjes en ik Cambodjaanse noodles met loempiaatjes) waren we klaar voor onze eerste tocht naar de Beng Mealea-tempel. Het was ongeveer een uur rijden, met weer heel veel te zien onderweg. We waren bang geweest voor overstromingen (en dat waren meer mensen, Ponheary vertelde dat ze veel afzeggingen had gehad), maar howel het hier en daar wel nat was, was het lang niet zo erg als we hadden verwacht. Hier niet, tenminste.
De tempel was prachtig en dan kom ik met dat woord echt te kort om het goed te beschrijven. Indrukwekkend, rustgevend... En er mag op geklommen worden, dus dat was leuk voor de jongens. Ponheary vertelde ons heel veel verhalen, onder meer de Ramanyana, maar daar wisten de jongens al verbazingwekkend veel van. We klauterden over muren, door donkere gangen... Super. En daarna, in het busje terug, stortten we allemaal in slaap.
Weer in Siem Reap vonden de heren het hoog tijd voor een bezoek aan de kapper verderop in de straat. Altijd spannend, en het werd heel kort, maar het zag er prima uit. Daarna wandelden we de stad in, aten een lekker ijsje en doken de Pasar Cha, de oude markt, in. Binnen de kortste keren hadden we dvd's van The Two Brothers (de tijgerfilm die werd opgenomen bij Beng Mealea), The Killing Fields en een documentaire over de Khmer Rouge. Verder nog een Cambodjaanse marionet en een mooi fotootje van de tempels... En dan was dit nog maar dag 1!!!
We streken neer bij Le Grand Café, aten lekkere spullen, dronken lekkere wijn en toen was het op. We doken de tuktuk in, daarna onze prima bedden, en vielen in een diepe, diepe slaap...




Dag 2: 23 oktober
Op tijd op, bijna uitgeslapen, om te genieten van ons ontbijt (pannekoekjes en omeletten). Al heel snel stond het busje van Tara Boats voor ons klaar, met daarin nog 1 ander koppel en een Amerikaanse. Het was een knap eindje rijden, langs steeds natter wordende velden, in de richting van het Tonle Sap-meer. Dat meer is in de droge tijd al 3000 vierkante kilometer groot, maar nu, in deze erg natte natte periode, is het gegroeid naar maar liefst 14.000 vierkante kilometer, 2.000 vierkante kilometer meer dan in een normale natte periode. Er zijn dus veel huizen onder gelopen. Wij stapten op een gegeven moment over op een bootje, om op weg te gaan naar Kompong Khleang, een dorp van deels drijvende huizen, deels huizen op heel hoge stelten... Waar we niks van zagen, omdat het water zo verschrikkelijk hoog was. Wat we wel zagen: mooie mensen, die stug doorgaan met leven, zo goed en zo kwaad als het gaat... Weer erg indrukwekkend.



Om iets over twee uur waren we weer terug in Siem Reap, mooi op tijd om een kroeg op te zoeken voor de rugby-finale. Die vonden we natuurlijk in Pub Streat, en we waren netjes op tijd om een goed plekje in Molly Malone 's te bezetten. Het was superspanned- en wel zo rustgevend om zelf niet mee te spelen- en de opluchting en vreugde bij de aanwezige kiwi's was dan ook enorm. Er werden nog vele haka 's uitgevoerd...
Wij liepen nog even een rondje in de buurt en gingen toen naar de Temple Club, waar we na een drankje naar de eerste verdieping klommen voor het diner met een show. Het eten was lekker, de danseressen prachtig, maar we waren weer zo moe... In de kamer bleken we ineens BVN te kunnen kijken en zagen we Paul de Leeuw, Frans Bauer en Mies Bouwman, hoe Hollands kun je het krijgen? En daarna vielen we weer lekker in slaap.



Dag 3: 24 oktober
De dag begon met een teleurstelling: Ponheary kwam ons vertellen dat het bezoek aan de school niet door kon gaan. De reden was een beetje vaag, maar goed... Wat te doen? Gelukkig bood de Lonely Planet uitkomst. We regelden de tuktuk van het gasthuis en gingen op weg, eerst een driedaagse pas kopen voor het hele gebied rond Angkor Wat en toen een lange, rustige en erg comfortabele tocht naar Banteay Srei, naar het schijnt een van de mooiste tempels van Angkor. De tempel was niet groot, maar er was wel heel erg veel heel mooi steenhouwerswerk. Het waser wel vrij druk: even wennen na de rust die Beng Maelea aan alle kanten uitstraalde.
De volgende stop was het Landmines Museum. We hadden ons er niet al te veel bij voorgesteld, maar dat bleek geheel ten onrechte. Het museum mag dan vrij klein zijn, en de collectie landmijnen is op zichzelf waarschijnlijk alleen interessant voor wapenfanaten, maar dat wordt helemaal goedgemaakt door de mensen, of in ons geval de man die de rondleiding verzorgde. Als geen ander wist hij over te brengen wat een verschrikkelijke wapens die landmijnen zijn, hoe verschrikkelijk de jaren van oorlog moeten zijn geweest en wat ze nu allemaal doen om slachtoffers van landmijnen te helpen. Heel bijzonder.
Via een prachtige route reden we terug naar de stad om daar aan de andere kant te stoppen bij het War Museum, volgens de man van het Landmines Museum het speeltje van de een of andere generaal. We kregen een gids - een man die naar eigen zeggen drie keer was beschoten, op vijf mijnen was gestapt, een stuk granaat in zijn kont heeft, een kunstbeen, z'n hart was tot twee keer gestopt en vier weken geleden was z'n vrouw ook nog overleden... En die bracht ons naar een tank waar de botten van een colonel nog inzaten... Op de een of andere manier niet mijn favoriete plek.
Gelukkig was de laatste stop wat lieflijker: de zijde-kwekerij. We zagen rupsen hun coconnetjes maken, ok, daarna worden ze in de zon gedroogd en gekookt, maar goed, ze maken er wel heel erg mooie sjaals van :-)
Langs de weg vonden we nog een met Duits geld gefinancierd weeshuis waar er nog op de ouderwetse manier shadowpuppets worden gemaakt en toen was het toch echt tijd voor wat eten (bij de Mexicaan deze keer) en onze nachtrust...



Dag 4: 25 oktober
Vroeg op, want om half acht zouden we worden opgehaald door onze gids van vandaag en als er in Cambodja een ding anders is dan in Maleisië, dan is het wel dat ze ontzettend punctueel zijn. Half acht is echt half acht. Er stonden vier stoere mountainbikes voor ons klaar, met helmen erbij en volle flesjes water erop. Na een korte tussenstop bij de bank sloegen we de lange, rechte weg tussen Siem Reap en Angkor Wat in. Het was weer even wennen op de fiets, vooral voor Thomas die er echt wel even last van had dat hij de afgelopen twee jaar nauwelijks gefietst heeft, maar ook voor ons. En het Cambodjaanse verkeer is ook wel even wennen, maar toen ineens sloegen we een pad naar rechts in, van de geasfalteerde weg af, vol gaten, plassen, hobbels, langs nederzettinkjes waar we werden aangestaard, nagewezen en gelukkig ook toegelachen. De plassen werden steeds groter, het pad kleiner... En Daan, die met volle teugen genoot en enthousiast voorop ging, lag natuurlijk net voor de eerste tempel in de modder. Het was niet anders.
De fietsen werden tegen een boom gezet, de kinderen en andere verkopers/bedelaars met enig schuldgevoel afgewimpeld en toen liepen we het pad op, naar de eerste tempel van die dag: Ta Prohm, gebouwd in 1186 en inmiddels overwoekerd door de jungle. Bomen, sommigen honderden jaren oud, torenen boven alles uit en houden soms de muren en torens overeind. Drukker dan Beng Mealea, maar ook heel erg mooi.
Het volgende stuk fietsen leidde ons verder door de jungle, met steeds groter wordende plassen. Waar zowel Thomas en Daan natuurlijk in vielen- hun dag kon niet meer stuk!
Tweede stop was de Ta Keo, met z'n hoge centrale toren, die we natuurlijk moesten beklimmen. Dat viel niet mee, want de trap lag midden in de zon en het was inmiddels knap heet, maar goed: de weg naar de hemel hoort natuurlijk ook niet eenvoudig te zijn. Eenmaal boven troffen we een altaartje met een lief dametje waar we een wierookstokje konden aansteken, een gebedje voor geluk konden doen en in ruil daarvoor een mooi rood touwtje om onze rechterarm kregen. De jongens deden hun gebedje trouwens voor superoma... En toen mochten we weer naar beneden.



Via een dam ( fiets op de schouder zoals bij het veldrijden) kwamen we dan ook nog bij Ta Nei, een kleine en door zijn geïsoleerde ligging heel rustige tempel. En daarna was het klaar met de jungle en reden we, over de normale weg naar de Victory Gate van Angkor Thom- geen tempel, maar een stad. Boven de poort staan de vier gezichten van Buddha, die staan voor mededogen, sympathie, gulheid en geduld, de eigenschappen die voor de Khmer onmisbaar zijn in een koning. Inmiddels hadden we behoorlijk wat honger, dus we waren blij toen we een rij eethuisjes zagen opdoemen-en onze gids daar ook nog naartoe reed. We hebben heerlijk gegeten, gewacht to een plots opgedoemde regenbui over was en toen zijn we op het Terrace of The Elephants geklommen, om van daaruit richting Phimeanakas te lopen. De naam betekent 'Celestial Palace', maar er is niet veel meer over dan een hoge toren. Nee, dan Bayon, even verderop. De tempel met de gezichten- officieel van Avalokitesvara, maar dan wel met een enorme gelijkenis met de koning die verantwoordelijk was voor de bouw van Angkor Thom, Jayavarman VII. Een verzameling van 54 torens met daarop 216 gezichten om precies te zijn. En op de muren 1,2 km lang, in steen uitgehouwen verhalen, veldslagen... Noem maar op. Erg, erg mooi. Zelfs als je al een dag fietsen en tempels kijken achter de rug hebt. Maar het was nog niet klaar... We hadden Angkor Wat nog. Tja. Het was erg groot, maar ook erg druk. En het feit dat er druk gereconstrueerd wordt en dat de middelste hoge toren dus bedekt was met groen zeil hielp ook niet echt. En we waren natuurlijk moe. Maar goed, we zijn er geweest, we hebben de foto's.
Daarna hebben we ons voor de laatste keer op onze fietsen gehesen, met zere billen en blaren op de vingers. Het was me het dagje wel geweest. Thomas en ik hebben ons nog een uurtje laten masseren, maar Thomas heeft er maar tien minuten van meegekregen, daarna viel hij in een diepe slaap.

Dag 5: 26 oktober
Toch met Ponheary mee naar een van de scholen die ze met haar stichting ondersteunt. Interessant om te zien, maar wel een beetje aapjes kijken... Daarna was het wachten op de bus. Eerst een klein busje, dat ons naar het busstation bracht. Daarna, klokslag half een, in een grote bus op weg naar Phnom Penh. De reis ging vrij voorspoedig (al hadden sommige mensen in de bus wel wat last van wagenziekte, maar wij dan weer niet). We zagen nog een keer hoeveel last de mensen hebben van overstromingen: normaal gesproken scharrelen de koeien om of onder de huizen, nu stonden ze allemaal op of vlak naast de weg. Tijdens de pauze halverwege hebben Erik en Daan zich nog aan wat knapperige insecten gewaagd... Maar een echt goede vervanging voor chippies is dat geloof ik niet.
Het was heel donker en het regende toen we om half zeven in de hoofdstad aankwamen. Met de tuktuk ging het toen naar The Kabiki, een bescheiden Guesthouse, dacht ik, maar het bleek hartstikke chique en modern. We hebben onze spullen neergelegd en zij. Gaan eten bij Friends, een restaurant a la Fifteen van Jamie Oliver. Hartstikke druk met vooral westerlingen, maar ook erg lekker. En toen was het wel weer klaar...



Dag 6: 27 oktober
Weer vroeg op (heerlijk geslapen, jongens in hun stapelbed, wij in een heus hemelbed), lekker ontbeten met goede broodjes en toen aan de wandel door Phnom Penh. Eerst naar het Nationaal Museum, dat gevestigd is in een prachtig terra cotta-gekleurd gebouw. Jammer dat we er binnen geen foto's mochten maken, want wat stonden er prachtige dingen! Naast het museum is het Royal Palace, waar we nog net naar binnen konden, voor de koning terugkwam van het bezoek aan zijn vader (de fameuze Norodom Sihanouk). Op de 29e is het de dag van de kroning, de 31e wordt de verjaardag van diezelfde Sihanouk gevierd, dus die middag ging het museum dicht voor alle voorbereidingen. Wij zagen alvast alle perken doorzocht worden op bommen. Heel gezellig. Ze zijn trouwens niet bang voor een aanslag op de koning of de vader van de koning, die zijn heel populair, maar de minister-president komt ook en dat is een heel ander verhaal...
Na het museum was het tijd voor een (dachten wij) lichte lunch. Pho, de Vietnamese noodle-soep, broodjes met kaas en kip... Niks licht, wel erg lekker. Daarna de tuktuk in en op weg naar Tuol Sleng, oftewel S21, de gevangenis waar de Khmer Rouge tienduizenden mensen gevangen hield, martelde en daarna naar de Killing Fields van Choeung Ek stuurde. Verschrikkelijk, wat mensen elkaar kunnen aandoen. En omdat de Khmer Rouge er nauwgezet archieven op na hielden, staren duizenden gezichten je binnen in de gevangenis aan. Van allerlei mensen: man, vrouw, oud, jong... Zelfs als je een liefdesbriefje naar je man stuurde, was je al de klos. Heftig, heel heftig. De jongens werden er trouwens wel verdrietig van, maar niet overstuur.
Gek genoeg was het bezoek aan de Killing Fields daarna een stuk minder heftig, zelfs al moesten we oppassen niet over resten kleren te struikelen die er nog steeds aan de oppervlakte komen. Natuurlijk liggen de schedels er, maar daar hebben ze inmiddels een prachtige Memorial Stupa voor gebouwd (ik had nog het beeld van die houten hutjes met stapels en stapels beenderen op mijn netvlies, maar inmiddels is er veel veranderd).
Daarna hebben we het stof van ons af gedoucht en zijn we gaan eten bij een ander restaurant dat straatkinderen opleidt - je struikelt in Phnom Penh over de goede doelen, dus er is geen enkele reden om niet iets bij te dragen. Op de kaart stonden trouwens crispy tarantula's als voorgerecht - de perfecte gelegenheid voor Thomas e mijzelf om weer op gelijke voet met Daan en Erik te komen staan natuurlijk. Dus we hebben het besteld. Maar... helaas: de voorraad spinnen was op, vanwege de overstromingen konden ze er niet zoveel krijgen als normaal... Dus dat was balen! Nou ja, niet zo heel erg, natuurlijk, maar het was wel stoer geweest.

Dag 7: 28 oktober
De laatste dag van ons verblijf in Cambodja hebben de jongens genoten van alles dat Kabiki ons bood: het zwembad en de leuke kleine katjes. Ik ben nog even naar de Russian Market geweest. In m'n eentje, met de tuktuk van de man die ons ook van de bus naar het Kabiki had gebracht. Leuke vent, vlotte babbel en hij zou wel op me wachten. Dus ik (zonder te betalen) de markt in, nog een sjaaltje gekocht, nog een mooie zijden lap en dat Chinese schaakspel dat de jongens zo mooi vonden in Siem Reap (ze hadden wel iets verdiend nadat we ze zo hebben meegesleept overal naartoe). En toen was ik klaar en wilde ik terug. Maar de tuktukman was nergens te bekennen! Ik drie rondjes lopen, alle andere tuktukmannen van me af slaan (geloof me: dat valt niet mee), nog maar een winkeltje in, nog meer rondjes lopen en op een gegeven moment tegen al die kerels maar gezegd dat ik met iemand mee zou rijden, dat hij me hierheen had gebracht en dat ik hem nog niet had betaald... Daar was gelukkig wel begrip voor, maar na ruim een half uur wachten was ik er toch wel klaar mee. Een oude kerel op een brommer vond ook wel dat ik lang genoeg had gewacht, dus daar ben ik bij achterop gesprongen (dat kan hoor, heel normaal daar, ook een soort taxi's, niks engs mam!) en die heeft me terug naar het hotel gebracht.
Daar ben ik met een boekje op een bankje onder de bomen gaan liggen en toen was het: relaxxxxxxx....
Tuktukman kwam overigens nog langs, had inmiddels gehoord dat ik zo lang had gewacht. Duizend excuses. Dus hij heeft ons uiteindelijk naar het vliegveld gebracht. En toen was de vakantie over....

De conclusie? Het was een prachtige vakantie, maar ik vond Cambodja geen makkelijk vakantieland. Ik voelde me, meer dan ik tot nu toe ergens anders heb gevoeld, een rijke blanke stinkerd en ik had het liefst iedereen stapels geld gegeven. Maar iedereen was wel heel erg vriendelijk, aardig, het eten was heerlijk... en ik had het niet willen missen! Blij dat we geweest zijn (en eigenlijk wil ik ook nog wel kijken in Sihanoukville en Battambang.... :-)