maandag 28 september 2009

Een verdrietig jongetje

Thomas vindt het hartstikke spannend, onze plannen. "Ik vond Nederland toch al saai worden", zei hij de dag dat we het hem vertelden.
Zijn grote broer is het niet met hem eens. Die is boos, verdrietig en (al zal hij dat zelf nooit toegeven) bang.
Ik snap hem zo goed. Ik was net zo oud toen wij gingen verhuizen. Niet eens van de ene kant van de wereld naar de andere, maar gewoon, naar een plaats nog geen vijftig kilometer verderop. Ik vond het verschrikkelijk en het heeft zeker een jaar geduurd voor ik gewend was. Toen had ik nieuwe vriendinnen, schreven de oude niet meer en was ik gewoon thuis.
Daan heeft tijd nodig. Dat weten we. Daan gaat het daar hartstikke leuk vinden. Dat weten we. Daan gaat zelfs genieten van alle mooie dingen die we gaan zien en meemaken. Wij weten dat. Maar hij nog niet. Wij hebben zijn wereld op z'n kop gezet en daar is hij niet blij mee. Ik kan het me zo voorstellen.
Maar we gaan natuurlijk toch.

woensdag 23 september 2009

Lijstjes,lijstjes,lijstjes

Sinds een paar weken ben ik lichtelijk dement aan het worden. Er blijft niets in mijn hoofd hangen. Nu bestaat daar een goede oplossing voor: opschrijven, lijstjes maken. Daar ben ik al jaren dol op. Als ik 's nachts dus even wakker word en ik bedenk dat het handig is als ik eens op een rijtje zet wat ik tegenwoordig allemaal spaar voor mijn pensioen en hoe - dan schrijf ik dat op. Als ik tijdens het werken bedenk dat ik mijn abonnementen op allerlei tijdschriften moet gaan opzeggen, schrijf ik dat op. Als ik op de fiets zit en ik bedenk dat het abonnement van mijn mobiele telefoon twee jaar zou lopen en dat dat pas in juni is ingegaan... dan heb ik niks om dat op te schrijven, dus dan probeer ik dat wanhopig te onthouden.
Het resultaat: mijn bureau ligt vol losse papiertjes, krabbels in grote en kleine notitieboeken en mijn hoofd zit vol halve herinneringen aan iets dat ik had moeten onthouden. En ik onthoud dus niks.
Vanaf vandaag ga ik dat gestructureerder aanpakken. Ik heb alles in mijn roze schrift geschreven. Tenminste: alles wat ik nog wist. Dan vul ik dat vanzelf wel aan met de dingen die me nog te binnen schieten.
Ah. Daar heb je weer een helder moment.
Dat Delftsblauwe schrift is veel leuker.

dinsdag 22 september 2009

Geduld is een schone zaak (maar zenuwslopend)

Na dat telefoontje begon dus het lange wachten. Eerst al tijdens de vakantie. Voor het eerst van ons leven ging de laptop mee - zonder dat ik daar bezwaar tegen had. Er kwam niets. Ja, een bericht dat de reactietermijn op de officiële vacature een maand werd verlengd vanwege de vakanties. Gelukkig was het in Toscane zo hemels, dat we dat nog wel even trokken. De boeken over Maleisië en Singapore die ik nog even had meegenomen uit de bibliotheek bleven dus gesloten - er kon immers nog zoveel gebeuren?
Tegelijkertijd was er steeds zo'n klein geniepig stemmetje in mijn achterhoofd: 'Misschien ben je straks wel weg'. Dat stemmetje was soms een behoorlijke stoorzender. Tennisles? Ja, hartstikke leuk, maar zou ik me daar wel voor opgeven? Straks kan ik de lessen niet volmaken. De wintersport met één van mijn beste vriendinnetjes, waar we allebei al naar uit keken vanaf het moment dat we in de trein terug zaten uit St. Anton? En de jongens en hun tennis, voetbal en zwemmen? Kortom: alle houvast was weg. En ik kon ook nog niets regelen voor als we wel gingen. Ja, natuurlijk zocht ik wel scholen op. En tips voor expats. Maar zolang het niet zeker is dat je echt gaat, heb je daar vrij weinig aan. Leermomentje dus: ik vind het heel akelig als ik mijn leven niet zelf in handen heb. Maar daar kan ik maar beter aan wennen, als ik de komende drie jaar een beetje vrolijk wil doorkomen.

Het telefoontje

Het begon allemaal op donderdag 26 juni.
Ik zat gewoon, zoals elke donderdag, in het zwembad. Het plastic omslag van mijn tijdschrift plakte aan mijn bezwete onderarm. Ik had de beste plek uitgezocht, bij de opengeslagen deuren, maar nog voelde het kleine zwembad aan als een sauna. Ondertussen probeerde de zwemjuf ongelofelijk geduldig maar tegelijkertijd licht wanhopig aan Thomas duidelijk te maken dat hij met zijn armen én zijn benen rondjes moet maken. Dat probeert ze al bijna twee jaar. Het kind heeft zichzelf leren lezen, maar zwémmen...
Toen ging mijn telefoon. Erik. Hij klonk opgewonden. 'Heb je even voor me? Ik ben gebeld..' Oké, dacht ik, die moet volgende week plotseling nog een paar dagen naar Monaco, natuurlijk. Lekker, zo vlak voor de vakantie. Daar ben ik helemaal niet blij mee. Ik heb ook nog werk af te maken. Wat denkt-ie wel niet?
'... en ik ben gevraagd voor een baan in Kuala Lumpur of Singapore. Voor drie jaar. Een leuke baan!'.
Wow.
Ja. Leuk. Doen we.

De kogel is door de kerk

Hoe lang hebben we hier nu al naartoe geleefd? Weken. Maanden zelfs. Ik heb Erik zelf met de HR-manager horen praten. Ik heb met eigen oren gehoord dat ze er uit zijn. Dat er nog wel duizend-en-één vragen zijn over allerlei details, maar dat de grote lijnen rond zijn. We gaan naar Kuala Lumpur.
Maar weten is iets anders dan voelen. We weten allebei dat het doorgaat, maar Erik voelt het nog net zo min als ik. We grijnzen een beetje hulpeloos naar elkaar. Het is leuk. We vinden het geweldig - of liever gezegd: we gaan het geweldig vinden. Dat weten we zeker. Maar we zijn er nog niet.
Waarschijnlijk gaat het pas echt leven als we straks samen in Kuala Lumpur zijn. Ik ben nog nooit in die stad geweest, dus ik kan me er nog weinig bij voorstellen. Erik is er wel geweest, maar puur voor zaken. Dan beleef je zo'n stad heel anders dan wanneer je er gaat wonen. Ik kijk er naar uit.
Voor nu voelt het eigenlijk nog net als een paar weken geleden. Met gedachten die van hort naar her vliegen (hoe zit het met schoolvakanties? We moeten nog een testament regelen? Kunnen we ons huis verhuren?) en emoties die net zo wiebelig zijn.
Maar goed: we weten nu in ieder geval zeker dat we gaan. Dat is al heel wat. Eén stapje tegelijk, dan komen we vanzelf in Kuala Lumpur.