zondag 25 september 2011

Komen en gaan

Het is een drukte van belang in Huize Haveman. Dat is het meestal, maar nu is het wel heel chaotisch.
Erik reist zich een slag in de rondte (al drie weken achter elkaar Singapore, met alleen de weekenden hier en dan nu Europa). Ik rij me binnen KL (sterker nog: binnen Mont Kiara) ongelukkig - gemiddeld mag ik vier keer heen en weer, van school naar taekwando of kickboxen, van taekwando weer terug naar school, van en naar het museum, van school naar huis en weer terug omdat er nog gevoetbald moet worden of omdat er een ouderavond is. Helemaal niet milieuvriendelijk natuurlijk, al die kippenstukjes, maar het gaat echt niet anders: fietsen is gevaarlijk (en mijn mooie omafiets heeft geen versnellingen en dat is hier met die heuvels niet zo fijn), voor lopen is het te ver en er bestaat geen betrouwbaar openbaar vervoer. Bang dat ik mezelf straks in Nederland weer moet heropvoeden ben ik trouwens niet: autorijden (zeker naar school) is hier geen onverdeeld genoegen. Sterker nog: het is nog veel frustrerender dan in Nederland, dus ik zal blij zijn als ik weer gewoon op mijn fiets kan springen en over het fietspad kan scheuren. Maar goed, dat terzijde.
Verder hadden we dit weekend het afscheidsfeestje van een klasgenootje van Thomas. Nooit leuk en afscheid nemen zal ook wel nooit gaan wennen, hoe vaak we het ook doen. Maar wèl leuk: op dit moment, as we speak, zitten opa en oma in het vliegtuig en hoeven ze nog maar een heel klein stukje te overbruggen voor ze hier zijn. Vanavond zitten ze op ons balkon!
Maar eerst moet ik nog even weg. Naar school om Thomas op te halen, naar taekwando te brengen, weer terug naar school om Daan naar huis te brengen en dan weer terug naar taekwando om Thomas op te halen.
Doei!

zondag 18 september 2011

Wimpy is terug!


Het had even wat voeten in de aarde, maar ik heb eindelijk mijn auto terug: deukloos, zonder rare geluiden en blinkend schoon. Voor degenen die iets gemist hebben: in april (!!!) werd mijn Wimpy op weg naar Central Market van achter geraakt door een taxichauffeur die effe niet zat op te letten. Het resultaat: een lelijke deuk en rare geluiden, want er liep daar achter iets aan, vooral als ik probeerde drie volwassenen in Wimpy te proppen. Normaal is dat geen probleem (er kan nog wel meer bij), maar nu trok ze het niet. En de bocht omgaan en tegelijkertijd een hobbel nemen, dat lukte ook niet meer.
De taxichauffeur bleek gelukkig verzekerd. Maar de verzekeringsmaatschappij nam geen genoegen met het voorlopige politierapport dat ik zo dapper was gaan halen. Ik moest een final report hebben - en dat hoorde ik natuurlijk toen ik, alweer heel dapper, naar het schadebedrijf in Petaling Jaya was gereden. Ik kon dus weer terug naar het politiebureau. Maar ja, hoe gaat dat? Dat duurde dus een paar weken. Affijn, ik eindelijk weer terug (weer over die rotweg waar ik indertijd die aanrijding had) - in de naïeve veronderstelling dat ik dan deze keer dat rapport wel mee zou kunnen krijgen.
Fout.
Dat ging natuurlijk niet zo maar. Ik moest eerst een aanvraag indienen voor dat rapport, en dan moest ik na twee weken even bellen of dat al klaar was. En anders moest ik nog iets langer wachten. De aanvraag was trouwens helemaal in het Bahasa, en voor het gemak had ik deze keer Nora níet meegenomen, dus dat was goed luisteren en onthouden wat ik waar precies moest invullen op dat formulier - en dan maar hopen dat ik dat goed had gedaan. Intussen was het bijna zomer, ontzettend druk op school met van alles en daarna was het vakantie.... en al die tijd reed ik rond in Wimpy met haar gedeukte achterkant. De verslonzing sloeg toe: Inmiddels was ze grijs in plaats van wit, want je kunt zo'n gedeukte dame natuurlijk niet met goed fatsoen afleveren bij de autowassers, en de halflege flesjes water stapelden zich op...
En toen ineens was het september en waren er nog maar drie weken te gaan voor mijn ouders op visite kwamen. Mijn ouders, die er toen, op die dramatische dag in april, ook al bij waren. Het was tijd voor actie, daar kon ik niet langer onderuit, en dus toog ik op een mooie vrijdagmorgen naar Jalan Hang Tuah, waar het politiebureau is. En daar kreeg ik, tegen betaling van 40 RM, dan eindelijk dat langverwachte final report mee. Opgetogen belde ik met het schadebedrijf: of ik maandag eindelijk mijn autootje kon brengen om te laten maken.
'Dat is goed', zei de mevrouw. 'Maar heeft u ook een third party report?'
Sorry, een wát? Eh, nee... nooit eerder van gehoord.
'Oh, maar dat hebben we echt nodig, hoor.'
Ik ontplofte bijna, maar al die maanden hier hebben me inmiddels toch echt geleerd dat dat geen enkele zin heeft. Dus ik ademde in, ademde uit. En zei dat ik de auto gewoon kwam brengen, dat ik 'm daar zou laten voor reparatie en dat we dan wel samen zouden kijken of het papierwerk in orde was.
Dat was goed.
En nu is het maandag en ik heb Wimpy net opgehaald. Zonder third party report, dat was toch niet nodig (zo zie je maar weer: je opwinden heeft hier echt geen zin). Het papierwerk is in orde, nu hoeft het alleen nog maar naar de verzekeringsmaatschappij van de taxichauffeur en dan zou alles goed moeten komen. En heb ik eindelijk mijn Wimpy terug, met een glimmende nieuwe bumper, uitgedeukt, opnieuw gespoten en zonder halfvolle flesjes.
Het duurt even, maar dan heb je ook wat.

maandag 12 september 2011

Out of stock-la

Daan maakt een groeispurt door. Werd op zich ook wel eens tijd, zo groot is hij niet, maar het lastige is dat z’n kleren nu doorlopend te klein zijn. Hoewel… die kleren zijn het punt óók niet. De schoenen wel. Vooral voetbalschoenen.
Maleisiërs zijn dol op voetbal. We kunnen de volledige Engelse, Duitse en Italiaanse competities volgen en soms gooien ze er nog wat Spaans of Nederlands tussendoor ook. Met zelf spelen hebben ze iets meer moeite: er wordt genoeg gevoetbald, maar echt heel erg goed zijn ze er niet in. Geeft niet, vinden ze zelf, zolang ze maar van Indonesië winnen en dat hebben ze vorig jaar nog gedaan, dus iedereen is blij. Maar probeer hier maar eens voetbalschoenen te kopen…
Winkels zat, daar gaat het niet om. Alle merken hebben hun eigen verkooppunten. Nike, Puma, Adidas: je struikelt erover. Maar ergens bij het inkopen gaat er volgens mij iets fout. Ze hebben namelijk allemaal niet meer dan twee of drie modellen (met een voorkeur voor van die foute roze, of gifgroen met paarse), en dan van iedere maat twee paar. En als die verkocht zijn, dan zijn er dus geen voetbalschoenen voor jou. Dan zijn ze out of stock-la. En blijkbaar wil iedereen met dezelfde maat altijd op hetzelfde moment nieuwe voetbalschoenen, want schoenen voor Daan zijn altijd out of stock.
Grote sportzaken? Die zijn er wel – maar daar hebben ze een heel ander probleem: verschrikkelijke verkopers. Niet van het popie jopie-soort, maar het ‘ik loop geen stap te veel’-type. Wij komen daar dus binnenwandelen – vier welgestelde witte gezichten, duidelijk op pad om geld uit te geven. We lopen naar de wand met voetbalschoenen. Twee enthousiaste jongetjes springen heen en weer voor al dat moois en Papa probeert ze lekker te maken voor die schoenen die nog het meest lijken op de zwart-witte kicksen waar hij zijn hele leven op heeft gebald. Nou vooruit, wit-blauw mag dan ook nog net. De verkoper doet hard zijn best de andere kant op te blijven kijken, maar uiteindelijk kan hij zich niet langer aan zijn werk onttrekken. Of hij die ook in maat 37 heeft? Er verschijnt een diepe denkrimpel in zijn voorhoofd. Hij staart in de voorbeeldschoen die we van de wand hebben gehaald – maar helaas: daar staat toch echt 39 in en hoe lang hij ook blijft kijken, de cijfers weigeren te veranderen. Hij zucht, en sloft zo langzaam mogelijk naar het magazijn.
Wij wachten geduldig, ondanks de krakende Hari Raya-liedjes die door de abominabele luidsprekers schallen. Dat magazijn zal wel heel groot zijn, want het duurt zeker drie liedjes voor we de goede man terug zien sloffen. ‘Sorry, no have’. We kijken naar de wand vol voetbalschoenen. Heeft hij dan misschien andere voetbalschoenen in maat 37? Maakt niet uit welke, als het maar maat 37 is?
De denkrimpel wordt dieper, z’n zucht ook en het sloffen gaat zo mogelijk nog langzamer, maar verdraaid: hij komt terug met maat 37. Die verdorie net te groot blijkt. ‘Can can!’, vindt de verkoper dan ineens wel enthousiast, maar probeer dat Pa maar eens wijs te maken. Die is per slot van rekening expert. ‘Sorry, te groot. Heb je misschien maat 36?’ Verkoper heeft nu een denkravijn, een ademhalingsprobleem en het tempo van een 90-jarige. Maar na 10 minuten zet hij zowat een sprint in, met een brede grijns op zijn gezicht – en schoenen in z’n handen. Maat 38.

dinsdag 6 september 2011

Daar ben ik weer!

Zo, dat is even geleden!
Ik heb me er een tijdje makkelijk gemaakt door alleen de columns te plaatsen, maar jammer genoeg komen die nu niet meer in De Gooi- en Eemlander (protestbrieven mogen naar de redactie!)
Natuurlijk hou ik Facebook braaf bij, maar ik beloof plechtig dat ik hier voortaan minstens één keer per week weer een wat langer stukje schrijf. Want er gebeurt nog steeds genoeg!