Omdat de column in De Gooi- en Eemlander verder nergens online te lezen is, plaats ik 'm voortaan ook maar hier...
We hebben olifanten gezien. Niet wild, ben je gek? In Maleisië wonen wel wilde olifanten, maar niet zo gek veel meer: het Wereld Natuur Fonds schat dat er in heel Azië nog zo’n 25.000 tot 30.000 Aziatische olifanten leven, waarvan volgens schatting van de Maleisische autoriteiten maximaal 1200 wilde olifanten op het Maleisische schiereiland. De kans dat je er hier dus zomaar eentje in het echt tegenkomt, is verschrikkelijk klein. Daarom zijn we naar het National Elephant Conservation Centre geweest in Kuala Gandah, een klein plaatsje midden in de jungle. Maar hoewel het altijd indrukwekkend is om oog in oog te staan met zulke grote, prachtige beesten, werden we er toch een beetje treurig van. Zoals je in Nederland op braderieën en andere feesten voor een euro een rondje kunt rijden op een pony, zo stonden we nu in de rij voor een rondje op een olifant. Het voelde… knullig.
Misschien is het puur onze Westerse manier van kijken: wij vinden dat een olifant een machtig beest is, dat in de natuur thuishoort. Maar in Azië worden olifanten natuurlijk al eeuwen gebruikt als lastdier en sterke werkkracht, net zoals paarden bij ons.
Meer nog dan dat wringt het besef dat het onze schuld is dat de olifanten afhankelijk zijn van een centrum als dit – en dat niet eens alleen omdat we op ze jagen. In onze zoektocht naar een alternatief voor fossiele brandstoffen wordt palmolie soms gezien als het ei van Columbus. Maar in Maleisië is de keerzijde van de medaille duidelijk zichtbaar: wie van A naar B rijdt, komt onderweg duizenden hectares palmplantages tegen. Enorme uitgestrekte rijen palmbomen, die steeds meer de plek innemen van het regenwoud – en dus van de olifanten. De olifanten, die hun leefgebied zien verdwijnen, lopen de mens steeds meer in de weg en zorgen voor overlast en schade.
In Maleisië hebben ze daar het volgende op bedacht: zodra er een melding binnenkomt van olifanten die voor overlast zorgen, wordt het Elephant Relocation Team erop afgestuurd. Die doen hun best de lastige beesten te vangen en verhuizen ze dan – met behulp van de getrainde olifanten van Kuala Gandah – naar natuurgebieden zoals de Taman Negara. Klinkt als een prima idee, maar of het werkt? Dat weet niemand. De verhuizing zorgt voor zoveel stress dat een flink aantal olifanten het niet overleefd. En of degenen die het wel overleven uiteindelijk nog lang en gelukkig in hun nieuwe gebied leven, is niet duidelijk omdat er geen geld is om de beesten te merken en te volgen. Zolang niemand dat weet, komt er niet meer geld en blijven boze palmolieplantagehouders jagen op lastige olifanten die hun bomen bedreigen.
Daarom lopen de olifanten van Kuala Gandah braaf hun rondjes. Omdat eigenlijk niemand een goede oplossing heeft voor die paar wilde olifanten die er nog zijn.
Tegenstrijdigheid he? Machtig om zo'n beest te zien, maar aan de andere kant zijn ze niet in hun eigen element en dat maakt het triest.
BeantwoordenVerwijderenIk heb trouwens onlangs wel een echte wilde gespot, in Thailand (Khao Yai national Park). Daar leven er ca. 250. Opeens liep hij op de weg voor ons. Langzaam vouwde ik mijn bovenlijf door het raam van de auto om hem te spotten.
En eerlijk is eerlijk, deze olifant maakte inderdaad meer indruk dan die in de dierentuin en het circus.