(uit De Gooi- en Eemlander van vrijdag 2 juli)
Wie denkt dat Zuid-Oost AziĆ« een synoniem is voor technologische voorsprong, heeft het mis. Computers zijn hier overal te krijgen (en goedkoop ook), maar het gebruik ervan is nog lang niet zo diep doorgedrongen in de samenleving als in Nederland. Een afspraak in het ziekenhuis? Die schrijft de assistente, gezeten achter haar bureau vol stapels papieren en kladjes, gewoon met een ouderwetse blauwe ballpoint in een dikke papieren agenda. En je krijgt een in stukken geknipt A4-tje – waar de notulen van de laatste vergadering nog achterop staan – mee voor thuis.
Toen wij onze bankrekening openden, wilden we natuurlijk graag internetbankieren. Deden we thuis ook, hartstikke handig. En ja hoor, dat kon. Geen enkel probleem. Nou ja, behalve dan dat je nog lang niet bij alle bedrijven kunt betalen via internetbankieren. De telefoonrekening en de elektriciteitsrekening gaat wel. Maar de gasrekening (een totaal van maar liefst 11 ringgit), daarvoor moet je naar het postkantoor. Een vreemdeling mag dan misschien denken dat het postkantoor er is om brieven en andere post te versturen, maar dan heeft hij het mis. Het postkantoor is namelijk de plek waar je je rekeningen betaalt (of je stuurt een cheque – jawel, die zijn hier nog volop in omloop – naar het gasbedrijf, maar dan moet je toch ook naar het postkantoor, dus daar schiet je niet veel mee op).
Het postkantoor is een bijzondere plek. Ten eerste zitten er altijd minstens vijf mensen te wachten. Zo ook vandaag. Er staan twee mensen, een gesluierde vrouw en een man, achter de balie en die laten zich niet haasten. Het zal hun tijd wel duren. Of er nou vijf of vijftien man staan te wachten: ze gaan er geen stap harder van lopen. Er is een nummertjesapparaat. De gebruiksaanwijzing is in Bahasa, maar ik begrijp dat ik op de ‘Q’ moet drukken voor een nummertje. Er staat alleen helemaal geen ‘Q’ op het apparaat. Alleen een ‘A’. Gelukkig levert dat ook een nummertje op. Hoewel het druk is, zit er niemand naast de collega-Europeaan. Ze laten liever een veilige ruimte van twee stoelen tussen die witte man en henzelf. Hij ziet er niet heel gevaarlijk uit, dus ik durf het wel aan. En dan begint het wachten. Sommige mensen pakken een nummertje en gaan dan weer weg – ze gokken er blijkbaar op dat het zo lang duurt dat ze nog wel even kunnen gaan plassen, maar dat vind ik een te grote gok. Iedereen die wel binnen blijft, pielt een beetje met zijn of haar mobiele telefoon. Maar er hangt een bordje: ‘Jangan Bising – Be Silent’ en dat is het. Gebeld wordt er buiten. Zo wordt het wachten een bijna meditatieve ervaring. Rustgevend. Eigenlijk best lekker, zo’n half uurtje ontspannen. En dat voor maar 11 ringgit. Daar kan geen internetbankieren tegenop.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten