Vooropgesteld: verhuizen is nooit een pretje. Zelfs niet als je hemelsbreed nog geen kilometer verderop gaat wonen en je al het zware werk door verhuizers laat doen.
Het verhuisbedrijf was ons aangeraden door de Koreaanse vrouw van een Finse collega van Erik. Voor wie dat niet genoeg zegt en even zwaar generaliserend: Koreaanse echtgenotes - en vooral deze- zijn enorm precies en poetserig - alles wat ik niet ben. Dus ik dacht: als zij tevreden is, zal ik het ook wel zijn. En eerlijk is eerlijk: de man die onze inboedel kwam opnemen zag er erg betrouwbaar uit en de prijs die hij voor de klus wilde hebben, was prima. Daar konden we zelf niet voor gaan lopen slepen.
Wel was ik even verbaasd toen ik vlak voor de verhuizing te horen kreeg dat het een '1-day-job' zou worden. Maar goed, heel moeilijk is het natuurlijk niet en ik twijfelde er niet aan dat het mannetje even een blik andere mannetjes open zou trekken en ja, met z'n tienen schiet het natuurlijk wel op.
Dat dacht ik dus.
Op V-day zaten we, zoals dat op z'n Hollands hoort, dan ook om 8 uur 's morgens klaar met de koffie.
Geen verhuizers.
Ik moest nog even naar het museum voor één van de laatste trainingsbijeenkomsten van de nieuwe gidsen, maar ik voelde me erg schuldig tegenover Erik en regelde dat ik eerder naar huis kon - dus om half twaalf stuurde ik hem een berichtje: 'Ik kom er nu aan'.
'Doe maar rustig', stuurde hij terug. 'Ze zijn er net.'
Ach. Misschien had het mannetje wel twéé blikken andere mannetjes opengetrokken.
Ze waren in elk geval druk aan het inpakken. Het hele huis zat in een doos of stond op het punt in een doos gestopt te worden. Dat zag er hoopgevend uit. Wij besloten dan ook even naar het nieuwe huis te gaan, waar een blikje schoonmakers druk doende was het huis echt schoon op te leveren (want dat was afgesproken).
Ook dat zag er hoopgevend uit.
We deden een lunch, gingen terug naar het oude huis - en ik ging naar school om de jongens op te halen voor hun eerste wandeling terug naar het nieuwe huis, waar ik dan mooi op tijd zou zijn voor het in ontvangst nemen van de eerste lading dozen.
Dat dacht ik dus.
De schoonmaaksters waren klaar. Ik was klaar. Maar wat er ook kwam: geen vrachtwagen met verhuizers. 'Ze zijn nog niet klaar, het wordt wel vier uur', berichtte Erik mij vanuit het oude huis. Dat klonk al minder hoopvol, ook omdat Daan nog moest voetballen en ik dan op school moest blijven om Thomas op te vangen die uit de Nederlandse school kwam. Maar goed: we wachtten.
En we wachtten.
En we wachtten.
Om vier uur vertrokken Daan en ik naar school. Inmiddels hadden we van het management gehoord dat er na vijf uur geen vrachtwagens meer op het terrein werden toegelaten. Erik probeerde dat door te geven aan de verhuizers, maar die reageerden niet. Erik probeerde het kantoor te bellen, maar dat werkte ook niet. En ondertussen stond er dus nog Helemaal Niks in het nieuwe huis.
Om zes uur kreeg ik (inmiddels aardig over de zeik, maar verplicht tot wachten op het sportveld) een telefoontje van een Indiaas klinkende man. 'We're on our way, mem'. Ik probeerde uit te leggen dat ze het terrein niet meer op mochten, begon hij te lachen en onverstaanbare verhalen te vertellen tegen zijn collega's. Ik gaf het op. We hadden niks. Niet eens een bed of schone kleren. Misschien moesten we wel naar een hotel.
Dat dacht ik dus.
Om kwart over zes belde Erik: 'Ze zijn er!'
En jawel: toen ik om kwart voor zeven met de jongens langs de portier liep, zag ik ze sjouwen. Omhoog, omhoog. Met de hand.
We hebben met onze handen gegeten (want ik was even vergeten dat we geen borden en/of bestek hadden en had weliswaar take away gehaald, maar dan wel van de verantwoorde soort: black pepper beef, sweet and sour chicken en fried rice.
Natuurlijk ontdekten we toen ook nog de enorme lekkage in ons bad. Verder hebben we geen warm water in de keuken, lekte er een airconditioning, waren er twee toiletten verstopt en zijn twee keukenkastjes onbruikbaar. Maar toch: nu we alle dozen hebben uitgepakt (het restant werd de volgende dag gebracht) en de boel een beetje hebben ingericht, is het wel een erg fijn huis.
Met een trap.
En een speelkamer (luxe: deur dicht en je ziet de troep niet)
En veel kinderen van school in de buurt.
En de school in de buurt.
Dus nooit meer in de file naar school.
Nooit meer in de file naar school.
Kijk, daar deden we het voor. En dat was het waard!
Geweldig Suus, wat een schitterend verhaal. Ik zag het allemaal voor me. En ondertussen kijk ik nergens meer van op. In Maleisië is alles mogelijk en toch ook weer niet. Jammer dat dit stuk niet meer in de G&E komt. Ik weet zeker, dat er heel wat mensen van genoten zouden hebben. Groetjes van je pa en ma.
BeantwoordenVerwijderen