donderdag 26 januari 2012

Thailand always amazes you...


Voor de Chinees Nieuwjaar-vakantie hadden we (lees: ik) bedacht dat we dit jaar naar een lekker makkelijke strandbestemming zouden gaan. Leek me fijn, na drie weken intens feestvieren in Nederland en daarna twee weken intens verhuizen in Maleisië. Krabi, dus. Oké, ik moet opbiechten dat ik eerlijk gezegd geen idee had waar het nou precies lag. Ja, in Thailand ergens. Niet al te ver weg. Heel eerlijk gezegd dacht ik dat het gewoon één stadje/dorpje was. Maar ik had er goede verhalen over gehoord, de Thai zijn altijd goedlachs en vriendelijk en het eten is lekker. Wat wil je nog meer?
Ons relaxte vertrek werd iets minder relaxt toen ik zaterdag om een uurtje of elf de vluchtgegevens nog eens nalas en er achter kwam dat we al om half twee vlogen (en niet om half drie). Paniek, want de zaterdag voor Chinees Nieuwjaar en dus een gigantische uittocht van Chinezen die weliswaar niet Balik Kampong doen, maar wel Balik Ipoh, of Balik Singapore, of Balik Penang. Files en dus stress en een echtelijke crisis die net op het punt van ploffen stond, toen bleek dat de file vooral richting Ipoh stond. Erik kon op zijn eigen beruchte wijze over de snelweg vliegen en ik ging daar voor de verandering een keer niet moeilijk over doen. We waren op tijd en verder ging alles gelukkig gestroomlijnd.
In Krabi bleken we op Railay Beach te zitten en dan wel aan de oostkant, in het meest afgelegen resort dat we maar konden vinden: het Railay Great View Resort and Spa. Nee, niet 'really great view' - hoewel dat ook makkelijk had gekund, want we moesten er even voor klimmen, maar we hadden dan ook wel een huisje met een prachtig uitzicht op de Andaman Sea. Niks op aan te merken!
Na een heerlijk nachtje slapen, hobbelden we de berg weer af richting wat 'men' het mooiste strand van Krabi noemt (alleen ben ik de naam even vergeten). Prachtig strand, inderdaad - maar wel heul erg druk. Heel vol. Denk aan Zandvoort op de enige mooie zomerdag in maanden. Maar dan met blauwe zee, wit strand en palmbomen enzo. Oh ja, en geen tractor met kibbeling, maar bootjes met springrolls, noodles en heerlijke verse vruchtenshakes voor omgerekend nog geen euro.
De volgende dag dachten we toch maar iets te gaan zien. Een Sunset Trip: in de middag snorkelen bij allerlei leuke eilandjes in de buurt, dan een barbecue met verse vis ergens op het strand en na zonsondergang weer rustig naar huis toe. Maar dat liep even anders...
Ruim op tijd stonden we op het juiste strand met ons voucher in handen. Op drie verschillende plekken vroegen we waar we moesten wachten, en allemaal wezen ze op één bepaald terras. Als we daar gingen zitten, kwamen ze ons vanzelf roepen. Maar wat er ook gebeurde: we werden niet geroepen. Erik ging polshoogte nemen op het strand, waar alle longtailboat-schippers mensen aan het laden en lossen waren, hij vroeg overal rond, maar er kwam niemand. We zagen een boot komen die leek op de boot op de folder, maar nog steeds werden we niet geroepen en uiteindelijk vertrok hij zonder ons. En toen, ja, toen ineens wist één van de mannetjes dat dat de boot was die we hadden moeten hebben.
Gelukkig wilde hij ons ook wel even naar het bureau van de tour-agent brengen. Wie weet konden we nog een bootje huren om ons alsnog naar die grote boot te brengen - tenminste, dat dachten wij.
Om een lang verhaal kort te maken: daar dacht de tour-agent heel anders over. Niks goedlachs en vriendelijk: meteen schreeuwen dat we te laat waren, dat we het verkeerd hadden gedaan en dat we op moesten rotten. Niet voor rede vatbaar. Sterker nog: toen wij hem rustig probeerden te vertellen dat we alleen maar tot een gezamenlijke oplossing wilden proberen te komen, pakte hij een tasje uit zijn bureau. En daar haalde hij een mes uit.
Eerlijk.
Midden in dat ene drukke straatje dat Railay Beach rijk is, voor de ogen van onze jongens, haalt hij een mes tevoorschijn.
Tja, wat doe je dan? Wij hebben ons omgedraaid en zijn weggelopen.
Later bleek dat er geen toeristenpolitie in Railay Beach is (die is er wel elders in Krabi en schijnt heel hulpvaardig te zijn). En niemand, zelfs de mensen van ons resort niet, was echt genegen ons te helpen. We hoefden niet te betalen (maar dat leek me logisch - we zijn ten slotte niet op die tour geweest), maar goed, daar ging het natuurlijk niet om.
Hoe mooi Railay ook is, en hoewel we allemaal nog heel waren en er geen echte schade is opgelopen: daarna was wat mij betreft het echte leuke er wel vanaf. Natuurlijk hebben we nog een dag genoten van het strand. En van de zon. En van elkaar.
Maar toch hoef ik niet meer terug naar Krabi.

donderdag 19 januari 2012

Gong Xi Fa Chai!



Vooropgesteld: verhuizen is nooit een pretje. Zelfs niet als je hemelsbreed nog geen kilometer verderop gaat wonen en je al het zware werk door verhuizers laat doen.
Het verhuisbedrijf was ons aangeraden door de Koreaanse vrouw van een Finse collega van Erik. Voor wie dat niet genoeg zegt en even zwaar generaliserend: Koreaanse echtgenotes - en vooral deze- zijn enorm precies en poetserig - alles wat ik niet ben. Dus ik dacht: als zij tevreden is, zal ik het ook wel zijn. En eerlijk is eerlijk: de man die onze inboedel kwam opnemen zag er erg betrouwbaar uit en de prijs die hij voor de klus wilde hebben, was prima. Daar konden we zelf niet voor gaan lopen slepen.
Wel was ik even verbaasd toen ik vlak voor de verhuizing te horen kreeg dat het een '1-day-job' zou worden. Maar goed, heel moeilijk is het natuurlijk niet en ik twijfelde er niet aan dat het mannetje even een blik andere mannetjes open zou trekken en ja, met z'n tienen schiet het natuurlijk wel op.
Dat dacht ik dus.
Op V-day zaten we, zoals dat op z'n Hollands hoort, dan ook om 8 uur 's morgens klaar met de koffie.
Geen verhuizers.
Ik moest nog even naar het museum voor één van de laatste trainingsbijeenkomsten van de nieuwe gidsen, maar ik voelde me erg schuldig tegenover Erik en regelde dat ik eerder naar huis kon - dus om half twaalf stuurde ik hem een berichtje: 'Ik kom er nu aan'.
'Doe maar rustig', stuurde hij terug. 'Ze zijn er net.'
Ach. Misschien had het mannetje wel twéé blikken andere mannetjes opengetrokken.
Ze waren in elk geval druk aan het inpakken. Het hele huis zat in een doos of stond op het punt in een doos gestopt te worden. Dat zag er hoopgevend uit. Wij besloten dan ook even naar het nieuwe huis te gaan, waar een blikje schoonmakers druk doende was het huis echt schoon op te leveren (want dat was afgesproken).
Ook dat zag er hoopgevend uit.
We deden een lunch, gingen terug naar het oude huis - en ik ging naar school om de jongens op te halen voor hun eerste wandeling terug naar het nieuwe huis, waar ik dan mooi op tijd zou zijn voor het in ontvangst nemen van de eerste lading dozen.
Dat dacht ik dus.
De schoonmaaksters waren klaar. Ik was klaar. Maar wat er ook kwam: geen vrachtwagen met verhuizers. 'Ze zijn nog niet klaar, het wordt wel vier uur', berichtte Erik mij vanuit het oude huis. Dat klonk al minder hoopvol, ook omdat Daan nog moest voetballen en ik dan op school moest blijven om Thomas op te vangen die uit de Nederlandse school kwam. Maar goed: we wachtten.
En we wachtten.
En we wachtten.
Om vier uur vertrokken Daan en ik naar school. Inmiddels hadden we van het management gehoord dat er na vijf uur geen vrachtwagens meer op het terrein werden toegelaten. Erik probeerde dat door te geven aan de verhuizers, maar die reageerden niet. Erik probeerde het kantoor te bellen, maar dat werkte ook niet. En ondertussen stond er dus nog Helemaal Niks in het nieuwe huis.
Om zes uur kreeg ik (inmiddels aardig over de zeik, maar verplicht tot wachten op het sportveld) een telefoontje van een Indiaas klinkende man. 'We're on our way, mem'. Ik probeerde uit te leggen dat ze het terrein niet meer op mochten, begon hij te lachen en onverstaanbare verhalen te vertellen tegen zijn collega's. Ik gaf het op. We hadden niks. Niet eens een bed of schone kleren. Misschien moesten we wel naar een hotel.
Dat dacht ik dus.
Om kwart over zes belde Erik: 'Ze zijn er!'
En jawel: toen ik om kwart voor zeven met de jongens langs de portier liep, zag ik ze sjouwen. Omhoog, omhoog. Met de hand.
We hebben met onze handen gegeten (want ik was even vergeten dat we geen borden en/of bestek hadden en had weliswaar take away gehaald, maar dan wel van de verantwoorde soort: black pepper beef, sweet and sour chicken en fried rice.
Natuurlijk ontdekten we toen ook nog de enorme lekkage in ons bad. Verder hebben we geen warm water in de keuken, lekte er een airconditioning, waren er twee toiletten verstopt en zijn twee keukenkastjes onbruikbaar. Maar toch: nu we alle dozen hebben uitgepakt (het restant werd de volgende dag gebracht) en de boel een beetje hebben ingericht, is het wel een erg fijn huis.
Met een trap.
En een speelkamer (luxe: deur dicht en je ziet de troep niet)
En veel kinderen van school in de buurt.
En de school in de buurt.
Dus nooit meer in de file naar school.
Nooit meer in de file naar school.
Kijk, daar deden we het voor. En dat was het waard!

zondag 8 januari 2012

Nieuw jaar, nieuwe... dingen!

Na een in meerdere opzichten overvolle, maar supergezellige kerstvakantie in Nederland zijn we weer 'thuis'. Ons derde jaar in KL is begonnen - misschien ons laatste, misschien ook wel niet. Als we de afgelopen twee jaar iets hebben geleerd, is het wel dat het leven van een expat volledig onvoorspelbaar is. Dus wat doen wij? Wij gaan gewoon lekker verhuizen. Morgen, om precies te zijn. En naar een plek die hemelsbreed misschien een kilometer bij ons huidige huis vandaan is - maar zo ontzettend veel dichterbij school!
Gelukkig zou dit Maleisië niet zijn als het allemaal niet net even anders liep dan we hadden gedacht. Natuurlijk wordt er tot op het laatste moment in het huis gesleuteld en hebben we tot nu toe het eindresultaat nog niet mogen bewonderen. Vanavond is de overdracht - waarbij we ongetwijfeld nog een heleboel hebben aan te merken, waardoor we vanavond (weer) een slapeloze nacht hebben en morgen ineens alles toch helemaal in orde is. Ons internet stopt aan het eind van de week in het oude huis - en wordt pas de 19e weer aangesloten in het nieuwe huis. We moeten de kabeltelevisie nog regelen. Maar hee: Malaysia boleh! Het kan hier, het komt allemaal goed. Uiteindelijk.

Weer terug zijn was trouwens wel even wennen. Niet vanwege het weer, het is hier strakblauw en heerlijk, maar in de supermarkt. In Nederland waren we weer helemaal gewend aan het gebruik zelf je karretje weg te zetten. Hier gingen we boodschappen doen, maar de auto stond helemaal aan de andere kant van de garage. Dat vonden wij geen probleem, maar vanaf de uitgang van de supermarkt liep er een mannetje met ons mee. 'Onopvallend', achter ons. 'Gaat-ie dat hele end mee?', vroegen we ons af. Dat deed hij. Om vervolgens zich zo tussen ons te wringen dat hij de boodschappen in de achterbak kon laden en daarna het karretje weer mee te nemen, terug naar de supermarkt.
Luxe? Misschien. Ik blijf het toch nog steeds ongemakkelijk vinden.