zondag 16 januari 2011

Huizense in Kuala Lumpur: Thuis

(uit De Gooi- en Eemlander van zaterdag 15 januari)
Zo gaat het nou altijd met vakanties, hè: voor je er aan begint, lijken drie weken een heel behoorlijke tijd, maar als je eenmaal op vakantie bent, vliegen diezelfde weken voorbij. Dat is niet anders als je op vakantie naar Nederland gaat. Misschien gaat het zelfs nog wel sneller – wij zaten binnen een week al weer helemaal in het Hollandse ritme, daarbij geholpen door het feit dat de jongens gezellig konden meelopen op hun oude school en bij hun oude voetbalclub. Dat was misschien vijf minuten speciaal, onwennig en zelfs een beetje nieuw, maar binnen de kortste keren was het net of ze nooit waren weggeweest. Zo voelde de hele vakantie eigenlijk: alsof we helemaal niet weg waren geweest. Dat we na drie weken weer gewoon zouden vertrekken? Dat vergaten we voor het gemak even. Dat konden we makkelijk wegstoppen achter het weerzien met alle vertrouwde gezichten, de gezelligheid van de kerstdagen en het traditionele oliebollen bakken met de buren.
Tot een paar dagen voor vertrek. Niet dat wij dat nou meteen beseften, maar er waren ineens wel heel veel van die vertrouwde gezichten die ineens betrokken bij het gedag zeggen na weer een gezellige borrel. Want ‘ik denk niet dat we jullie nog zien voor jullie gaan’. Oef. Ja. Dat is waar ook: we blijven niet.
Het stomme is: dat blijft akelig. Natuurlijk hebben we dit jaar heel vaak afscheid genomen. Toen we zelf naar Maleisië vertrokken, maar ook van vrienden en familie die ons daar kwamen opzoeken. Maar het went niet. Die laatste dagen voor vertrek, daar ligt altijd een dekentje overheen. Een dekentje van verdriet en narrigheid. Want het was net zo gezellig en waarom moet het nu al afgelopen zijn? En wie heeft toch bedacht dat het leuk zou zijn om 11000 kilometer uit elkaar te gaan wonen? Ik merk zelf dat ik me vlak voor het afscheid steeds meer als een toeschouwer ga gedragen. Even van een afstandje kijken naar al die leuke, lieve mensen om ons heen, het proberen op te slaan op mijn netvlies, ze bijna opsnuiven. Heel bewust herinneringen opdoen waar ik een jaar op kan teren. En die laatste dag, die zou ik het liefst overslaan. Stop mij maar in het vliegtuig en ga maar.
Maar ook die laatste dag gaat voorbij. En de vliegreis ook. En voor ik er erg in had, stapte ik linea recta de zomer weer in, met overal groene bomen en kleurige planten om me heen. Niks geen druilerige grijze januari die zich maar voort lijkt te slepen. Ik stapte in mijn Myvi en reed zonder problemen weer links – en rechts, als het zo uitkwam. Ik kreeg weer knuffels, nu van mensen die me gemist hebben. Lekker. Selamat Datang – welkom terug in Maleisië. We zijn weer thuis.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten