vrijdag 28 oktober 2011

Tijd voor vakantie - op naar Cambodja!



Dag 1: 22 oktober
De wekker ging veel en veel te vroeg, het etentje bij Isabelle en Jean-Luc was veel te gezellig geweest... Maar goed, het was niet anders: met maar vier uur slaap achter de rug doken we de auto in, op weg naar LCCT.
Alles ging gestroomlijnd (tenminste, dat denk ik, want ik heb zowat de hele vlucht geslapen) en even voor acht uur landden we op het prachtige vliegveld van Siem Reap. Daar moesten we in de rij om een visum aan te vragen, te kopen en te krijgen en we dachten dat dat misschien wel heel lang zou duren, maar het ging erg soepel.
Bij de uitgang stond mr Han van het Seven Candles Guesthouse al op ons te wachten. Het tochtje naar het Guesthouse duurde niet heel lang, maar was wel leuk: we zagen ossenkarren, rieten huisjes, maar ook gigantisch luxe, moderne hotelcomplexen, heel bijzonder.
Bij het Guesthouse werden we opgewacht door mevrouw Ponheary, de baas. Na de gebruikelijke formaliteiten bracht ze ons naar een hartstikke grote vierpersoonskamer met ruimte zat voor ons allemaal, veel groter en mooier dan ik had verwacht. Keurige badkamer ook - alleen mag je geen wc-papier doorspoelen.
Na het ontbijt (lekker: de jongens hadden pannekoekjes, Erik een omelet met tomaat en ui en stokbroodjes en ik Cambodjaanse noodles met loempiaatjes) waren we klaar voor onze eerste tocht naar de Beng Mealea-tempel. Het was ongeveer een uur rijden, met weer heel veel te zien onderweg. We waren bang geweest voor overstromingen (en dat waren meer mensen, Ponheary vertelde dat ze veel afzeggingen had gehad), maar howel het hier en daar wel nat was, was het lang niet zo erg als we hadden verwacht. Hier niet, tenminste.
De tempel was prachtig en dan kom ik met dat woord echt te kort om het goed te beschrijven. Indrukwekkend, rustgevend... En er mag op geklommen worden, dus dat was leuk voor de jongens. Ponheary vertelde ons heel veel verhalen, onder meer de Ramanyana, maar daar wisten de jongens al verbazingwekkend veel van. We klauterden over muren, door donkere gangen... Super. En daarna, in het busje terug, stortten we allemaal in slaap.
Weer in Siem Reap vonden de heren het hoog tijd voor een bezoek aan de kapper verderop in de straat. Altijd spannend, en het werd heel kort, maar het zag er prima uit. Daarna wandelden we de stad in, aten een lekker ijsje en doken de Pasar Cha, de oude markt, in. Binnen de kortste keren hadden we dvd's van The Two Brothers (de tijgerfilm die werd opgenomen bij Beng Mealea), The Killing Fields en een documentaire over de Khmer Rouge. Verder nog een Cambodjaanse marionet en een mooi fotootje van de tempels... En dan was dit nog maar dag 1!!!
We streken neer bij Le Grand Café, aten lekkere spullen, dronken lekkere wijn en toen was het op. We doken de tuktuk in, daarna onze prima bedden, en vielen in een diepe, diepe slaap...




Dag 2: 23 oktober
Op tijd op, bijna uitgeslapen, om te genieten van ons ontbijt (pannekoekjes en omeletten). Al heel snel stond het busje van Tara Boats voor ons klaar, met daarin nog 1 ander koppel en een Amerikaanse. Het was een knap eindje rijden, langs steeds natter wordende velden, in de richting van het Tonle Sap-meer. Dat meer is in de droge tijd al 3000 vierkante kilometer groot, maar nu, in deze erg natte natte periode, is het gegroeid naar maar liefst 14.000 vierkante kilometer, 2.000 vierkante kilometer meer dan in een normale natte periode. Er zijn dus veel huizen onder gelopen. Wij stapten op een gegeven moment over op een bootje, om op weg te gaan naar Kompong Khleang, een dorp van deels drijvende huizen, deels huizen op heel hoge stelten... Waar we niks van zagen, omdat het water zo verschrikkelijk hoog was. Wat we wel zagen: mooie mensen, die stug doorgaan met leven, zo goed en zo kwaad als het gaat... Weer erg indrukwekkend.



Om iets over twee uur waren we weer terug in Siem Reap, mooi op tijd om een kroeg op te zoeken voor de rugby-finale. Die vonden we natuurlijk in Pub Streat, en we waren netjes op tijd om een goed plekje in Molly Malone 's te bezetten. Het was superspanned- en wel zo rustgevend om zelf niet mee te spelen- en de opluchting en vreugde bij de aanwezige kiwi's was dan ook enorm. Er werden nog vele haka 's uitgevoerd...
Wij liepen nog even een rondje in de buurt en gingen toen naar de Temple Club, waar we na een drankje naar de eerste verdieping klommen voor het diner met een show. Het eten was lekker, de danseressen prachtig, maar we waren weer zo moe... In de kamer bleken we ineens BVN te kunnen kijken en zagen we Paul de Leeuw, Frans Bauer en Mies Bouwman, hoe Hollands kun je het krijgen? En daarna vielen we weer lekker in slaap.



Dag 3: 24 oktober
De dag begon met een teleurstelling: Ponheary kwam ons vertellen dat het bezoek aan de school niet door kon gaan. De reden was een beetje vaag, maar goed... Wat te doen? Gelukkig bood de Lonely Planet uitkomst. We regelden de tuktuk van het gasthuis en gingen op weg, eerst een driedaagse pas kopen voor het hele gebied rond Angkor Wat en toen een lange, rustige en erg comfortabele tocht naar Banteay Srei, naar het schijnt een van de mooiste tempels van Angkor. De tempel was niet groot, maar er was wel heel erg veel heel mooi steenhouwerswerk. Het waser wel vrij druk: even wennen na de rust die Beng Maelea aan alle kanten uitstraalde.
De volgende stop was het Landmines Museum. We hadden ons er niet al te veel bij voorgesteld, maar dat bleek geheel ten onrechte. Het museum mag dan vrij klein zijn, en de collectie landmijnen is op zichzelf waarschijnlijk alleen interessant voor wapenfanaten, maar dat wordt helemaal goedgemaakt door de mensen, of in ons geval de man die de rondleiding verzorgde. Als geen ander wist hij over te brengen wat een verschrikkelijke wapens die landmijnen zijn, hoe verschrikkelijk de jaren van oorlog moeten zijn geweest en wat ze nu allemaal doen om slachtoffers van landmijnen te helpen. Heel bijzonder.
Via een prachtige route reden we terug naar de stad om daar aan de andere kant te stoppen bij het War Museum, volgens de man van het Landmines Museum het speeltje van de een of andere generaal. We kregen een gids - een man die naar eigen zeggen drie keer was beschoten, op vijf mijnen was gestapt, een stuk granaat in zijn kont heeft, een kunstbeen, z'n hart was tot twee keer gestopt en vier weken geleden was z'n vrouw ook nog overleden... En die bracht ons naar een tank waar de botten van een colonel nog inzaten... Op de een of andere manier niet mijn favoriete plek.
Gelukkig was de laatste stop wat lieflijker: de zijde-kwekerij. We zagen rupsen hun coconnetjes maken, ok, daarna worden ze in de zon gedroogd en gekookt, maar goed, ze maken er wel heel erg mooie sjaals van :-)
Langs de weg vonden we nog een met Duits geld gefinancierd weeshuis waar er nog op de ouderwetse manier shadowpuppets worden gemaakt en toen was het toch echt tijd voor wat eten (bij de Mexicaan deze keer) en onze nachtrust...



Dag 4: 25 oktober
Vroeg op, want om half acht zouden we worden opgehaald door onze gids van vandaag en als er in Cambodja een ding anders is dan in Maleisië, dan is het wel dat ze ontzettend punctueel zijn. Half acht is echt half acht. Er stonden vier stoere mountainbikes voor ons klaar, met helmen erbij en volle flesjes water erop. Na een korte tussenstop bij de bank sloegen we de lange, rechte weg tussen Siem Reap en Angkor Wat in. Het was weer even wennen op de fiets, vooral voor Thomas die er echt wel even last van had dat hij de afgelopen twee jaar nauwelijks gefietst heeft, maar ook voor ons. En het Cambodjaanse verkeer is ook wel even wennen, maar toen ineens sloegen we een pad naar rechts in, van de geasfalteerde weg af, vol gaten, plassen, hobbels, langs nederzettinkjes waar we werden aangestaard, nagewezen en gelukkig ook toegelachen. De plassen werden steeds groter, het pad kleiner... En Daan, die met volle teugen genoot en enthousiast voorop ging, lag natuurlijk net voor de eerste tempel in de modder. Het was niet anders.
De fietsen werden tegen een boom gezet, de kinderen en andere verkopers/bedelaars met enig schuldgevoel afgewimpeld en toen liepen we het pad op, naar de eerste tempel van die dag: Ta Prohm, gebouwd in 1186 en inmiddels overwoekerd door de jungle. Bomen, sommigen honderden jaren oud, torenen boven alles uit en houden soms de muren en torens overeind. Drukker dan Beng Mealea, maar ook heel erg mooi.
Het volgende stuk fietsen leidde ons verder door de jungle, met steeds groter wordende plassen. Waar zowel Thomas en Daan natuurlijk in vielen- hun dag kon niet meer stuk!
Tweede stop was de Ta Keo, met z'n hoge centrale toren, die we natuurlijk moesten beklimmen. Dat viel niet mee, want de trap lag midden in de zon en het was inmiddels knap heet, maar goed: de weg naar de hemel hoort natuurlijk ook niet eenvoudig te zijn. Eenmaal boven troffen we een altaartje met een lief dametje waar we een wierookstokje konden aansteken, een gebedje voor geluk konden doen en in ruil daarvoor een mooi rood touwtje om onze rechterarm kregen. De jongens deden hun gebedje trouwens voor superoma... En toen mochten we weer naar beneden.



Via een dam ( fiets op de schouder zoals bij het veldrijden) kwamen we dan ook nog bij Ta Nei, een kleine en door zijn geïsoleerde ligging heel rustige tempel. En daarna was het klaar met de jungle en reden we, over de normale weg naar de Victory Gate van Angkor Thom- geen tempel, maar een stad. Boven de poort staan de vier gezichten van Buddha, die staan voor mededogen, sympathie, gulheid en geduld, de eigenschappen die voor de Khmer onmisbaar zijn in een koning. Inmiddels hadden we behoorlijk wat honger, dus we waren blij toen we een rij eethuisjes zagen opdoemen-en onze gids daar ook nog naartoe reed. We hebben heerlijk gegeten, gewacht to een plots opgedoemde regenbui over was en toen zijn we op het Terrace of The Elephants geklommen, om van daaruit richting Phimeanakas te lopen. De naam betekent 'Celestial Palace', maar er is niet veel meer over dan een hoge toren. Nee, dan Bayon, even verderop. De tempel met de gezichten- officieel van Avalokitesvara, maar dan wel met een enorme gelijkenis met de koning die verantwoordelijk was voor de bouw van Angkor Thom, Jayavarman VII. Een verzameling van 54 torens met daarop 216 gezichten om precies te zijn. En op de muren 1,2 km lang, in steen uitgehouwen verhalen, veldslagen... Noem maar op. Erg, erg mooi. Zelfs als je al een dag fietsen en tempels kijken achter de rug hebt. Maar het was nog niet klaar... We hadden Angkor Wat nog. Tja. Het was erg groot, maar ook erg druk. En het feit dat er druk gereconstrueerd wordt en dat de middelste hoge toren dus bedekt was met groen zeil hielp ook niet echt. En we waren natuurlijk moe. Maar goed, we zijn er geweest, we hebben de foto's.
Daarna hebben we ons voor de laatste keer op onze fietsen gehesen, met zere billen en blaren op de vingers. Het was me het dagje wel geweest. Thomas en ik hebben ons nog een uurtje laten masseren, maar Thomas heeft er maar tien minuten van meegekregen, daarna viel hij in een diepe slaap.

Dag 5: 26 oktober
Toch met Ponheary mee naar een van de scholen die ze met haar stichting ondersteunt. Interessant om te zien, maar wel een beetje aapjes kijken... Daarna was het wachten op de bus. Eerst een klein busje, dat ons naar het busstation bracht. Daarna, klokslag half een, in een grote bus op weg naar Phnom Penh. De reis ging vrij voorspoedig (al hadden sommige mensen in de bus wel wat last van wagenziekte, maar wij dan weer niet). We zagen nog een keer hoeveel last de mensen hebben van overstromingen: normaal gesproken scharrelen de koeien om of onder de huizen, nu stonden ze allemaal op of vlak naast de weg. Tijdens de pauze halverwege hebben Erik en Daan zich nog aan wat knapperige insecten gewaagd... Maar een echt goede vervanging voor chippies is dat geloof ik niet.
Het was heel donker en het regende toen we om half zeven in de hoofdstad aankwamen. Met de tuktuk ging het toen naar The Kabiki, een bescheiden Guesthouse, dacht ik, maar het bleek hartstikke chique en modern. We hebben onze spullen neergelegd en zij. Gaan eten bij Friends, een restaurant a la Fifteen van Jamie Oliver. Hartstikke druk met vooral westerlingen, maar ook erg lekker. En toen was het wel weer klaar...



Dag 6: 27 oktober
Weer vroeg op (heerlijk geslapen, jongens in hun stapelbed, wij in een heus hemelbed), lekker ontbeten met goede broodjes en toen aan de wandel door Phnom Penh. Eerst naar het Nationaal Museum, dat gevestigd is in een prachtig terra cotta-gekleurd gebouw. Jammer dat we er binnen geen foto's mochten maken, want wat stonden er prachtige dingen! Naast het museum is het Royal Palace, waar we nog net naar binnen konden, voor de koning terugkwam van het bezoek aan zijn vader (de fameuze Norodom Sihanouk). Op de 29e is het de dag van de kroning, de 31e wordt de verjaardag van diezelfde Sihanouk gevierd, dus die middag ging het museum dicht voor alle voorbereidingen. Wij zagen alvast alle perken doorzocht worden op bommen. Heel gezellig. Ze zijn trouwens niet bang voor een aanslag op de koning of de vader van de koning, die zijn heel populair, maar de minister-president komt ook en dat is een heel ander verhaal...
Na het museum was het tijd voor een (dachten wij) lichte lunch. Pho, de Vietnamese noodle-soep, broodjes met kaas en kip... Niks licht, wel erg lekker. Daarna de tuktuk in en op weg naar Tuol Sleng, oftewel S21, de gevangenis waar de Khmer Rouge tienduizenden mensen gevangen hield, martelde en daarna naar de Killing Fields van Choeung Ek stuurde. Verschrikkelijk, wat mensen elkaar kunnen aandoen. En omdat de Khmer Rouge er nauwgezet archieven op na hielden, staren duizenden gezichten je binnen in de gevangenis aan. Van allerlei mensen: man, vrouw, oud, jong... Zelfs als je een liefdesbriefje naar je man stuurde, was je al de klos. Heftig, heel heftig. De jongens werden er trouwens wel verdrietig van, maar niet overstuur.
Gek genoeg was het bezoek aan de Killing Fields daarna een stuk minder heftig, zelfs al moesten we oppassen niet over resten kleren te struikelen die er nog steeds aan de oppervlakte komen. Natuurlijk liggen de schedels er, maar daar hebben ze inmiddels een prachtige Memorial Stupa voor gebouwd (ik had nog het beeld van die houten hutjes met stapels en stapels beenderen op mijn netvlies, maar inmiddels is er veel veranderd).
Daarna hebben we het stof van ons af gedoucht en zijn we gaan eten bij een ander restaurant dat straatkinderen opleidt - je struikelt in Phnom Penh over de goede doelen, dus er is geen enkele reden om niet iets bij te dragen. Op de kaart stonden trouwens crispy tarantula's als voorgerecht - de perfecte gelegenheid voor Thomas e mijzelf om weer op gelijke voet met Daan en Erik te komen staan natuurlijk. Dus we hebben het besteld. Maar... helaas: de voorraad spinnen was op, vanwege de overstromingen konden ze er niet zoveel krijgen als normaal... Dus dat was balen! Nou ja, niet zo heel erg, natuurlijk, maar het was wel stoer geweest.

Dag 7: 28 oktober
De laatste dag van ons verblijf in Cambodja hebben de jongens genoten van alles dat Kabiki ons bood: het zwembad en de leuke kleine katjes. Ik ben nog even naar de Russian Market geweest. In m'n eentje, met de tuktuk van de man die ons ook van de bus naar het Kabiki had gebracht. Leuke vent, vlotte babbel en hij zou wel op me wachten. Dus ik (zonder te betalen) de markt in, nog een sjaaltje gekocht, nog een mooie zijden lap en dat Chinese schaakspel dat de jongens zo mooi vonden in Siem Reap (ze hadden wel iets verdiend nadat we ze zo hebben meegesleept overal naartoe). En toen was ik klaar en wilde ik terug. Maar de tuktukman was nergens te bekennen! Ik drie rondjes lopen, alle andere tuktukmannen van me af slaan (geloof me: dat valt niet mee), nog maar een winkeltje in, nog meer rondjes lopen en op een gegeven moment tegen al die kerels maar gezegd dat ik met iemand mee zou rijden, dat hij me hierheen had gebracht en dat ik hem nog niet had betaald... Daar was gelukkig wel begrip voor, maar na ruim een half uur wachten was ik er toch wel klaar mee. Een oude kerel op een brommer vond ook wel dat ik lang genoeg had gewacht, dus daar ben ik bij achterop gesprongen (dat kan hoor, heel normaal daar, ook een soort taxi's, niks engs mam!) en die heeft me terug naar het hotel gebracht.
Daar ben ik met een boekje op een bankje onder de bomen gaan liggen en toen was het: relaxxxxxxx....
Tuktukman kwam overigens nog langs, had inmiddels gehoord dat ik zo lang had gewacht. Duizend excuses. Dus hij heeft ons uiteindelijk naar het vliegveld gebracht. En toen was de vakantie over....

De conclusie? Het was een prachtige vakantie, maar ik vond Cambodja geen makkelijk vakantieland. Ik voelde me, meer dan ik tot nu toe ergens anders heb gevoeld, een rijke blanke stinkerd en ik had het liefst iedereen stapels geld gegeven. Maar iedereen was wel heel erg vriendelijk, aardig, het eten was heerlijk... en ik had het niet willen missen! Blij dat we geweest zijn (en eigenlijk wil ik ook nog wel kijken in Sihanoukville en Battambang.... :-)

woensdag 19 oktober 2011

Op huizenjacht!

Jaja, je leest het goed: we zijn weer op huizenjacht. Ik (ja, vooral ik) wil dichter bij school wonen. Dat klinkt gek, want we wonen al heel dichtbij. Hemelsbreed is het nog geen kilometer. Maar dingen zijn hier nooit zo makkelijk als ze lijken, Maleisiërs lopen niet en dus heeft niemand bedacht dat het best handig is om tussen al die condo's wat loop-of fietspaden te maken (dat laatste is minder vreemd, fietsen is nog zeldzamer dan lopen). De enige route is de heuvel af, naar de hoofdstraat, die helemaal uit, door het winkelcentrum, over een immer overhoop liggend voetpad (jawel, we hebben er één!) naar de straat van school en dan oversteken bij een stoplicht waar vooral brommers niet willen snappen dat rood stoppen betekent. Die weg is ongeveer 2 km lang en met de temperatuur hier en de heuvels staat dat gelijk aan een wandeltocht van 25 minuten.
Met de auto is het nog gekker, want om de een of andere onduidelijke reden mag je aan het eind van de hoofdweg niet rechtsaf richting school. Daarom moeten we een gekke kronkel maken, achter het winkelcentrum langs. Bovendien kom je voorbij dat winkelcentrum onherroepelijk in de file te staan, want iederéén gaat met de auto. Omdat er natuurlijk geen voet- en fietspaden zijn. Met de auto ben je dus ook zo 25 minuten onderweg. Maar in de auto zit je in ieder geval droog (het regent hier regelmatig) en koel (lang leve de airco).
Hoe dan ook: over het algemeen moet ik zeker drie keer per dag heen en weer naar school. Daar gaat dus nogal wat tijd in zitten - om het maar niet te hebben over frustraties die chauffeurs met met name Alphards bij me oproepen (serieus de meest asociale rijders ter wereld). En terwijl ik me dan zit op te vreten achter het stuur, denk ik met weemoed terug aan Nederland, waar Daan al vrolijk zelf op de fiets van en naar school en naar de tennisclub ging. Wat was het leven makkelijk! Dat wil ik weer!
Nou, daarom zijn we dus op huizenjacht. Omdat het er naar uitziet dat we nog wel een jaartje langer blijven dan aanvankelijk de bedoeling was en vanwege het voortschrijdend inzicht dat we inmiddels hebben opgedaan dat dichtbij school in Kuala Lumpur alleen maar dichtbij is als je echt bovenop de school woont - bij voorkeur ergens waar de kinderen nog geen straat over hoeven te steken, omdat dat hier nu eenmaal levensgevaarlijk is. Erik heeft er nog wat moeite mee, die houdt niet zo van veranderingen, maar ik kan niet wachten.

zondag 9 oktober 2011

Lang leve de airco!

'Je gaat de seizoenen nog wel missen', zeggen heel veel mensen die horen dat we hier wonen, in het land van de eeuwige zomer. Ik kan je vertellen: na bijna twee jaar mis ik een heleboel dingen, maar niet de seizoenen. Natuurlijk kunnen de herfst en lente prachtig zijn, maar laten we eerlijk zijn: over het algemeen moeten we het in Nederland toch doen met een grauwe sluier van regen die over wekenlang kan blijven hangen - en dat meestal ook doet (zal ik het maar niet over de afgelopen 'zomer' hebben?). Hebben we hier niet. Ik vind het heerlijk om niet na te hoeven denken of ik nou wel of niet een trui aan zal trekken - of juist iets luchtigers - en er dan halverwege de dag achter te komen dat ik de verkeerde keuze heb gemaakt. Het is hier gewoon altijd warm.
Nou ja, behalve dan als je naar de bioscoop gaat. Daar moeten we dus wel even bij nadenken: truien mee, sjaals mee en niet vergeten, anders ben je halverwege de film zo verkleumd dat je naar warme chocolademelk gaat verlangen.
Ik weet niet waarom (en ik begrijp het ook nog steeds niet), maar 'ze' vinden het hier heerlijk om de airco zo hard mogelijk aan te zetten. In bioscopen, in restaurants (en ze vinden het heel gek dat wij dan buiten op het 'warme' terras gaan zitten, maar hee: daar is onze kleding nou eenmaal op uitgezocht) en zelfs in de slaapkamer... jaaaaa, echt!
Want toen wij na een paar maanden nog steeds iedere avond dapper de airco uit deden in het kader van 'we moeten er maar aan wennen dat het hier warm is' (en dan midden in de nacht zeiknat van het zweet en naar adem happend wakker schoten om het ding als de wiedeweerga weer aan te zetten) en Erik met het schaamrood op de kaken aan zijn lokale collega's opbiechtte dat we 's nachts toch maar niet aan de temperatuur konden wennen, begonnen die heel hard te lachen. De airco uitzetten? Daar moest je toch een Mat Salleh voor zijn! Die airco heb je toch niet voor niks?
We zetten 'm dus niet meer uit. Maar we hebben ook nooit alle 7 (!!!!) airco's in ons huis tegelijk aan, en de airco's die wel aan staan, staan nooit lager dan 24 graden... Mijn vriendin Christina (van Sarawak) ziet het hoofdschuddend aan. 'Die van mij staat altijd op 16 graden, anders kan ik niet slapen.' Maar zij gaat dan ook zonder vest naar de bioscoop.
Ik ben benieuwd hoe we de kerstvakantie in Nederland gaan overleven. Veel truien mee, en dan na drie weken weer fijn naar de zomer toe!