zondag 20 juni 2010

Huizense in Kuala Lumpur: Oranje in KL

(uit De Gooi- en Eemlander van vrijdag 18 juni)

Voetbal is groot hier. Niet zo groot als badminton, en zelf kunnen Maleisiërs niet echt goed voetballen, maar ze kijken er wel graag naar. Er wordt in de kranten en op televisie uitvoeriger bericht over de Engelse competitie dan over de clubs die hier wel degelijk zijn. En nu met de wereldkampioenschappen hangen er weliswaar nauwelijks vlaggen, maar je kunt in praktisch alle restaurants en pubs de belangrijkste wedstrijden volgen. Handig, met al die mensen uit verschillende landen die wel meedoen.

De Nederlanders hebben met behulp van de Nederlandse Vereniging en een aantal sponsoren een officieel Holland House ingericht in café Little Havana in uitgaansgebied Bukit Bintang. Zolang Oranje meedoet, zijn we daar welkom om de wedstrijden te kijken. Dus daar gingen we, maandagavond. In vol Oranje-ornaat: shirts, zonnebrillen, petjes, vlaggen om onze nek en Wuppies en Leeuwen in onze armen. De taxichauffeur zei er niet veel van – maar de blikken van de medeweggebruikers des te meer. Oranje leek populair: we werden vriendelijk toegelachen, er werd geapplaudisseerd en geroepen dat we zeker gingen winnen. Dat was leuk. In Little Havana was het nog rustig, maar naarmate het eerste fluitsignaal dichterbij kwam, kleurde het publiek steeds meer oranje. Zelfs de ambassadeur kwam, vergezeld door zijn kinderen en motorpolitie, naar de kroeg om tussen landgenoten de verrichtingen van het Nederlands Elftal te bekijken. In het oranje, natuurlijk. Er waren kinderen (nog nooit zoveel kinderen in een kroeg gezien, en niemand die er wat van zei), er waren studenten… en we hoorden allemaal bij elkaar. Vooral toen het geluid het nog niet deed en de spelers toch alvast het Wilhelmus inzetten. Natuurlijk zongen wij mee – eerst een beetje aarzelend, toen toch uit volle borst: wij zijn Nederlands, wij zijn Oranje en we zijn misschien wel ver van huis, maar vandaag zijn we er toch even trots op!

Oké, dat gevoel ebte wel even weg na de saaie eerste helft, maar de tweede helft maakte uiteraard alles goed. Het was feest, ‘you’ll never walk alone’ natuurlijk en inderdaad: niemand was alleen. Het was prachtig, een belevenis. Dat smeekt om een herhaling. En hoewel de wedstrijd morgen voor ons midden in de nacht is, zal Little Havana weer even omgetoverd worden tot een kleine Kuip (of een kleine ArenA – ik wil niemand voor het hoofd stoten), waar grote en kleine, belangrijke en minder belangrijke Nederlanders weer even samen kunnen vergeten dat ze in KL zitten. Tot ze naar buiten lopen en worden uitgelachen door de taxichauffeurs. Maar zolang we winnen, hebben we dat er graag voor over.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten