Zondagmorgen, kwart voor zes. De wekker gaat en Thomas is helemaal in de war. "We hoeven niet om zes uur op vandaag. Het is geen maandag!'
zondag 27 juni 2010
Fijn een stukje rennen
Zondagmorgen, kwart voor zes. De wekker gaat en Thomas is helemaal in de war. "We hoeven niet om zes uur op vandaag. Het is geen maandag!'
zondag 20 juni 2010
Een nachtje weg van de stad
Kuala Lumpur is leuk, maar soms is het toch ook wel even heel lekker om de drukte van de stad achter je te laten. Gelukkig hoeven we niet ver weg - de jungle begint al heel dichtbij waar we wonen.
Huizense in Kuala Lumpur: Oranje in KL
Voetbal is groot hier. Niet zo groot als badminton, en zelf kunnen Maleisiërs niet echt goed voetballen, maar ze kijken er wel graag naar. Er wordt in de kranten en op televisie uitvoeriger bericht over de Engelse competitie dan over de clubs die hier wel degelijk zijn. En nu met de wereldkampioenschappen hangen er weliswaar nauwelijks vlaggen, maar je kunt in praktisch alle restaurants en pubs de belangrijkste wedstrijden volgen. Handig, met al die mensen uit verschillende landen die wel meedoen.
De Nederlanders hebben met behulp van de Nederlandse Vereniging en een aantal sponsoren een officieel Holland House ingericht in café Little Havana in uitgaansgebied Bukit Bintang. Zolang Oranje meedoet, zijn we daar welkom om de wedstrijden te kijken. Dus daar gingen we, maandagavond. In vol Oranje-ornaat: shirts, zonnebrillen, petjes, vlaggen om onze nek en Wuppies en Leeuwen in onze armen. De taxichauffeur zei er niet veel van – maar de blikken van de medeweggebruikers des te meer. Oranje leek populair: we werden vriendelijk toegelachen, er werd geapplaudisseerd en geroepen dat we zeker gingen winnen. Dat was leuk. In Little Havana was het nog rustig, maar naarmate het eerste fluitsignaal dichterbij kwam, kleurde het publiek steeds meer oranje. Zelfs de ambassadeur kwam, vergezeld door zijn kinderen en motorpolitie, naar de kroeg om tussen landgenoten de verrichtingen van het Nederlands Elftal te bekijken. In het oranje, natuurlijk. Er waren kinderen (nog nooit zoveel kinderen in een kroeg gezien, en niemand die er wat van zei), er waren studenten… en we hoorden allemaal bij elkaar. Vooral toen het geluid het nog niet deed en de spelers toch alvast het Wilhelmus inzetten. Natuurlijk zongen wij mee – eerst een beetje aarzelend, toen toch uit volle borst: wij zijn Nederlands, wij zijn Oranje en we zijn misschien wel ver van huis, maar vandaag zijn we er toch even trots op!
Oké, dat gevoel ebte wel even weg na de saaie eerste helft, maar de tweede helft maakte uiteraard alles goed. Het was feest, ‘you’ll never walk alone’ natuurlijk en inderdaad: niemand was alleen. Het was prachtig, een belevenis. Dat smeekt om een herhaling. En hoewel de wedstrijd morgen voor ons midden in de nacht is, zal Little Havana weer even omgetoverd worden tot een kleine Kuip (of een kleine ArenA – ik wil niemand voor het hoofd stoten), waar grote en kleine, belangrijke en minder belangrijke Nederlanders weer even samen kunnen vergeten dat ze in KL zitten. Tot ze naar buiten lopen en worden uitgelachen door de taxichauffeurs. Maar zolang we winnen, hebben we dat er graag voor over.
zondag 13 juni 2010
Even snel in Singapore
FOBISSEA - day 3 & 4
Het is afzien - niet in het minst voor de toeschouwers, maar natuurlijk het meest voor de deelnemers. De dag van het voetbaltoernooi scheen de zon. Dat lijkt prettig, maar dat is het niet. Het was waanzinnig heet.
donderdag 10 juni 2010
FOBISSEA 2010 - Day 2
De eerste wedstrijd was om tien over half tien, meteen tegen 'aartsrivaal' Alice Smith, ook uit KL. En het was met recht een eerste wedstrijd, want Daan en zijn teamgenoten hadden nog nooit eerder een echte wedstrijd gespeeld. Het gooien en vangen ging nog niet helemaal lekker. En toen Garden aan slag was, en Daan de belangrijke rol van laatste 'batter' had... toen ging het niet helemaal goed. Toen sloeg hij drie keer mis. Daar was hij even goed ziek van.
Maar bij de tweede veldbeurt ging het al veel beter. En bij de tweede slagbeurt ook. Toch verloren ze de wedstrijd. Nou ja, om een lang verhaal kort te maken: jammer genoeg ging iedere wedstrijd verloren. Maar de goede kant is dat Garden wel steeds beter ging spelen. Nog een paar wedstrijden en we waren zeker gaan winnen. Dat moet toch volgend jaar helemaal goedkomen, zou je denken.
Gelukkig haalde Year 6 wel de finale en verdiende daar een prachtige tweede plaats.
En toen konden we de bussen weer in, om onze voeten te wassen en even bij te komen van al deze spanningen. Morgen voetbal!!!
woensdag 9 juni 2010
FOBISSEA 2010- Day 1
Een koffer vol stoere, gesponsorde outfitjes (eentje voor atletiek, eentje voor voetbal, eentje voor t-ball en zelfs een handdoek met z'n naam erop), een rugzak met handige spullen en z'n paspoort hebben we vanmorgen afgeleverd bij het kantoor van de gymleraren. Samen met een zenuwachtige Daan. Hij vertrok, samen met zijn team, om elf uur met de bus. Twee uur later gingen wij: mama en Thomas, met het vliegtuig. Nu zitten we in het Grand Copthorne Waterfront Hotel, samen met papa. En Daan? Die blijkt weliswaar ook in het Copthorne te zitten, maar wel in een heel ander Copthorne, op Orchard Road. Die zien we dus morgenochtend pas. Hopelijk mist hij Tijgertje niet te veel - die zat niet in zijn koffer, maar wel in de onze, maar we hebben hem dus nog niet kunnen geven.
Morgenochtend om 7.15 uur begint het echt. Dan vertrekt de bus met alle andere zenuwachtige ouders naar het Ar Jas Stadium. Voor wie nieuwsgierig is: de uitslagen staan op www.tts.edu.sg/main/fobissea. Duim voor Daan!
zondag 6 juni 2010
Huizense in Kuala Lumpur aflevering 11: Zwarte Zondag
Maleisië laat zich graag zien als een land dat trots is op haar culturele diversiteit. Eén van de grote voordelen daarvan, is dat de belangrijkste hoogtijdagen van de vier grootste religies (de moslims, de christenen, de boedhisten en de hindoe’s) allemaal nationale feestdagen zijn. Er gaat dus bijna geen maand voorbij zonder lang weekend. Daar moet je natuurlijk gebruik van maken en dus trokken wij dit weekend naar Langkawi, een prachtig eiland aan de westkust tegen de grens met Thailand aan. En omdat we zoveel mogelijk van het land wilden zien, besloten we met de auto te gaan. Dat klinkt misschien als een hele expeditie, maar dat was het niet. Een prachtige snelweg langs bergen, regenwoud en rijstvelden, met meer dan genoeg wegrestaurantjes – eigenlijk net alsof we vanuit Nederland naar Spanje reden (maar dan toch een beetje anders). In Kuala Kendah namen we de veerboot. Ook helemaal prima – al verbaasden we ons over de vertoonde film: om half vier ’s middags, voor een boot vol gezinnen met kleine kinderen, werd zonder problemen een film vertoond met een schokkende hoeveelheid geweld. Oh ja, en met een flinterdun liefdesverhaaltje – met als hoogtepunt… een knuffel. Blijkbaar mag je kinderen wel laten zien hoe je iemand in elkaar trapt, maar een kus? Da’s pas echt schadelijk, natuurlijk.
Langkawi was prachtig, drie dagen lang. En toen kwam de terugweg. Op zondag. Ineens zag de jetty waar we op de boot moesten stappen zwart van de mensen. Ineens was alle beleefdheid en hulpvaardigheid verdwenen. Er werd geduwd, getrokken, voorgedrongen – zelfs geschreeuwd tegen onze kinderen. Een beetje beduusd vielen we uiteindelijk in de stoelen van de veerboot. Om daarna alweer verbaasd naar de film te kijken: deze keer een ‘comedy’, waarin nu zonder enige gene een vibrator tevoorschijn kon worden gehaald. De rest van de veerboot lag dubbel – humor is duidelijk voor een groot deel cultuurgebonden. Maar toegegeven: deze keer vloeide er geen bloed.
Jammer genoeg bleek de drukte bij de jetty geen toeval. Eenmaal terug op de snelweg leek het net of alle inwoners van Kuala Lumpur met de auto terugkwamen van familiebezoek op Langkawi of in Thailand: het was één grote, 350 kilometer lange file. En ook hier was alle beleefdheid en hulpvaardigheid verdwenen: terwijl de brutale chauffeurs de vluchtstrook gebruikten als extra rijstrook, kostte het een ambulance met loeiende sirene oeverloos veel tijd om vooruit te komen op de linkerrijstrook. Bij de toiletten en wegrestaurants stonden de auto’s rijen dik en was het graaien om iets te eten te krijgen. Eigenlijk net alsof we van Nederland naar Spanje reden. Maar dan op Zwarte Zaterdag. Leuk hoor, al die feestdagen, maar dat doen we dus niet meer.