zondag 27 juni 2010

Fijn een stukje rennen



Zondagmorgen, kwart voor zes. De wekker gaat en Thomas is helemaal in de war. "We hoeven niet om zes uur op vandaag. Het is geen maandag!'
Gelijk had-ie. Maar we moesten wel zo vroeg op, want mama had het in haar hoofd gehaald om samen met Liza de 5 km-loop te doen van de KL Marathon. Om zeven uur troffen we elkaar bij het Hilton, om iets voor half acht liepen we het laatste stukje naar Merdeka Square en zagen we uit het donker ineens duizenden lopers opdoemen. Waanzinnig. Een half uur later liepen Liza en ik er zelf.
Het was druk, het was toch nog erg warm en het was iets langer dan ik dacht (net toen ik dacht dat we er waren, zat er nog een knik in de route. Dat viel tegen). Maar we hebben het gedaan!
En volgend jaar doen we het zeker weer!

zondag 20 juni 2010

Een nachtje weg van de stad



Kuala Lumpur is leuk, maar soms is het toch ook wel even heel lekker om de drukte van de stad achter je te laten. Gelukkig hoeven we niet ver weg - de jungle begint al heel dichtbij waar we wonen.
Op een uurtje rijden ten noorden van Kuala Lumpur ligt het stadje Serendah - met net daarbuiten het Sekeping Serendah Retreat. Net als het stadje is het retreat klein: het bestaat uit zes 'huisjes' en een zwembad. Maar de huisjes zijn bijzonder: er zijn twee 'timber houses' (van hout, een beetje in de stijl van de traditionele Maleise huizen), twee 'mud sheds' (precies: met modder) en dan nog de trots van het retreat: de 'glass houses'. De huizen hebben grote open keukens, openlucht douches... eigenlijk zijn ze sowieso heel open. Je bent echt in de jungle, maar dan wel met het comfort van een goed bed, een fijne douche, en een dak boven je hoofd (altijd prettig in het regenwoud).
Het is rustig, maar er is genoeg te doen. Je kunt wandelen door de jungle, golven of vissen. Of, wat wij deden, naar de waterval. De waterval is tien minuten verderop. Verwacht geen rustig natuurgebied - de waterval is dé plek waar de lokale bevolking het weekend doorbrengt. En dat is een belevenis op zich!

Huizense in Kuala Lumpur: Oranje in KL

(uit De Gooi- en Eemlander van vrijdag 18 juni)

Voetbal is groot hier. Niet zo groot als badminton, en zelf kunnen Maleisiërs niet echt goed voetballen, maar ze kijken er wel graag naar. Er wordt in de kranten en op televisie uitvoeriger bericht over de Engelse competitie dan over de clubs die hier wel degelijk zijn. En nu met de wereldkampioenschappen hangen er weliswaar nauwelijks vlaggen, maar je kunt in praktisch alle restaurants en pubs de belangrijkste wedstrijden volgen. Handig, met al die mensen uit verschillende landen die wel meedoen.

De Nederlanders hebben met behulp van de Nederlandse Vereniging en een aantal sponsoren een officieel Holland House ingericht in café Little Havana in uitgaansgebied Bukit Bintang. Zolang Oranje meedoet, zijn we daar welkom om de wedstrijden te kijken. Dus daar gingen we, maandagavond. In vol Oranje-ornaat: shirts, zonnebrillen, petjes, vlaggen om onze nek en Wuppies en Leeuwen in onze armen. De taxichauffeur zei er niet veel van – maar de blikken van de medeweggebruikers des te meer. Oranje leek populair: we werden vriendelijk toegelachen, er werd geapplaudisseerd en geroepen dat we zeker gingen winnen. Dat was leuk. In Little Havana was het nog rustig, maar naarmate het eerste fluitsignaal dichterbij kwam, kleurde het publiek steeds meer oranje. Zelfs de ambassadeur kwam, vergezeld door zijn kinderen en motorpolitie, naar de kroeg om tussen landgenoten de verrichtingen van het Nederlands Elftal te bekijken. In het oranje, natuurlijk. Er waren kinderen (nog nooit zoveel kinderen in een kroeg gezien, en niemand die er wat van zei), er waren studenten… en we hoorden allemaal bij elkaar. Vooral toen het geluid het nog niet deed en de spelers toch alvast het Wilhelmus inzetten. Natuurlijk zongen wij mee – eerst een beetje aarzelend, toen toch uit volle borst: wij zijn Nederlands, wij zijn Oranje en we zijn misschien wel ver van huis, maar vandaag zijn we er toch even trots op!

Oké, dat gevoel ebte wel even weg na de saaie eerste helft, maar de tweede helft maakte uiteraard alles goed. Het was feest, ‘you’ll never walk alone’ natuurlijk en inderdaad: niemand was alleen. Het was prachtig, een belevenis. Dat smeekt om een herhaling. En hoewel de wedstrijd morgen voor ons midden in de nacht is, zal Little Havana weer even omgetoverd worden tot een kleine Kuip (of een kleine ArenA – ik wil niemand voor het hoofd stoten), waar grote en kleine, belangrijke en minder belangrijke Nederlanders weer even samen kunnen vergeten dat ze in KL zitten. Tot ze naar buiten lopen en worden uitgelachen door de taxichauffeurs. Maar zolang we winnen, hebben we dat er graag voor over.

zondag 13 juni 2010

Even snel in Singapore

Onze vier dagen in Singapore stonden natuurlijk in het teken van de FOBISSEA Games, maar gelukkig hadden we af en toe wel de kans om nog iets van de stad te zien. Wat een verschil met KL! Schone toiletten (ook op het vliegveld), duidelijke verkeersborden, taxichauffeurs die niet mogen onderhandelen (en allemaal goed Engels spreken)...
Dankzij Erik's collega Eva belandden we op onze eerste avond in Club Street - een voormalige hotspot die van de troon is gestoten door Holland Village, maar er nog steeds ontzettend leuk uitziet met mooie huisjes en gezellige restaurantjes. Thomas wilde graag pizza, dus wij belandden bij een sfeervolle Italiaan. En daarna bij de opening van The Hotel...
Een avond later mocht Thomas zeggen wat we gingen doen. Dat werd dus de Night Safari. Naast de 'gewone' dierentuin die overdag open is, hebben ze in Singapore ook een dierentuin waar je 's avonds van half acht tot twaalf uur terecht kunt (overigens kun je ook een voordelig combi-ticket kopen - om de tijd te overbruggen tussen de dag- en de avonddierentuin zijn er genoeg lekkere restaurants). Er zijn verschillende shows en je kunt jezelf met een trein langs de dieren laten rijden. Een heel aantal van die dieren zit trouwens niet 'opgesloten', maar loopt vrij rond. Zo konden we zowat drie tapirs op hun billen aaien... Wat een bijzondere dieren. Wie wat avontuurlijker is ingesteld, of wat minder moe is, kan ook zelf aan de wandel - maar dat hebben wij even overgeslagen. Thomas kon na afloop nog net tegen de taxichauffeur zeggen dat het 'Very good' was en toen viel hij in slaap.
Voor avond 3 had Eva weer een fijn plekje bedacht: het voormalige klooster Chijmes. Waar eerst de nonnen en later schoolkinderen rondliepen, zijn nu allerlei restaurants gevestigd. Wij kwamen terecht bij Carnivore, waar je zoals de naam al zegt, heerlijk vlees kunt krijgen. Daarna ging Erik met Thomas naar huis en ging de rest nog even verder naar een bijzondere club: Equinox. Gevestigd op de zeventigste verdieping kun je daar dansen met een fantastisch uitzicht over de hele stad. Geloof me: dat is een heel bijzondere ervaring!
Kortom: Singapore is zeker voor herhaling vatbaar. Ook zonder FOBISSEA.

FOBISSEA - day 3 & 4


Het is afzien - niet in het minst voor de toeschouwers, maar natuurlijk het meest voor de deelnemers. De dag van het voetbaltoernooi scheen de zon. Dat lijkt prettig, maar dat is het niet. Het was waanzinnig heet.
Daan was zo handig geweest om zijn scheenbeschermers te vergeten (in het hotel, ze zaten echt wel in zijn koffer). Ach ja, hij heeft natuurlijk nog nooit gevoetbald, dus hoe kon hij weten dat hij ze nodig had? Gelukkig bleken de trainers heel inventief: met een stuk karton in zijn sokken mocht hij toch nog spelen. En dat ging prima, want ze zijn hier iets voorzichtiger dan thuis: tackles en slidings zijn verboden en er mag ook niet geduwd en getrokken worden. Even wennen dus, voor Haaf.
De eerste wedstrijd moesten onze jongens meteen tegen DE te kloppen school: Patana uit Bangkok. Dat lukte dus niet. Maar de koppies gingen niet hangen. In tegendeel: de twee wedstrijden daarna kwamen onze 'Dragons' geen moment in de problemen. We wonnen moeiteloos en dus stonden we ineens toch nog in de halve finales!
Aartsrivaal Alice Smith bleek toch wat Duits bloed te hebben... In de laatste tien seconden van een wedstrijd die prachtig gelijk opging en waarin de grootste kansen toch echt voor ons waren, had één van hun spelers het vizier het scherpst staan. 0-1... Hartverscheurend. Deze klap (en de hitte, en de zon, en de vermoeidheid) kwamen we niet meer te boven. De strijd om de derde plek werd gewonnen door Tanglin en daar kwamen de waterlanders.
Gelukkig was er nog een dag. Weer met veel zon, en met maar liefst twee onderdelen. 's Morgens vroeg stond atletiek op het programma. Daan deed mee aan drie onderdelen: de 600 meter, de 'chest pass' (sorry, ik ben niet zo ingevoerd in atletiek dat ik daar de vertaling voor weet) en de estafette. In die volgorde ook, trouwens. We schrokken een beetje van hoe lang 600 meter eigenlijk is - en daar verkeken een hoop lopertjes zich ook op. Daan ook een beetje. Hij lag heel lang tweede, maar uiteindelijk liep een iets slimmer (of ervarener) lopertje hem nog net voorbij. Maar dat gaf niks, want de eerste medaille was binnen! En dat voelde goed, dat voelde heel goed. Zelfs toen de omroeper hem omdoopte tot Dean omdat Daan te lastig voor hem was :-) Een glimmende Daan poseerde trots voor de fotografen en genoot zichtbaar van zijn moment op het podium. Net als wij. En even later mocht hij nog een keertje, toen hij bij het gooien van de basketbal (want dat bleek de chest pass te zijn) op twee na het verst gooide. Weer brons - en nu werd hij tenminste Dan genoemd. Toch al beter :-)
Na de lunch moesten we een klein stukkie lopen naar het zwemstadion. Indrukwekkend, maar jammer genoeg niet overdekt. En toen bleek dat ook in Singapore het weer roet in het eten kan gooien. Want met onweer mag er natuurlijk niet gezwommen worden. Sterker nog: ze moeten vijftien minuten wachten na de laatste klap voor er weer iemand het water in mag. En de onweersbui van deze dag vond het erg grappig om ongeveer om de vijftien minuten een klap uit te delen. Uiteindelijk hoefde Daan dus maar één keer het water in, weer bij de estafette. En nee, geen medaille deze keer, maar hij heeft wel laten zien dat hij enorm vooruit is gegaan. Dus wij waren trots, en hij gelukkig ook. En 's avonds bij de disco kon hij dan eindelijk met zijn teamgenoten helemaal los gaan.
Volgend jaar weer!

donderdag 10 juni 2010

FOBISSEA 2010 - Day 2

We vieren duidelijk geen vakantie hier in Singapore. De wekker ging om zes uur, de bus een uur later. Op het veld van het Ar-Jas Sport Centre verzamelden zich de drie jaargangen van de acht deelnemende scholen voor het T-ball toernooi. Daar zagen we dus eindelijk onze Daan weer voorbij komen - en gelukkig zag hij er vrolijk, goed doorvoed en lekker uitgerust uit. Alleen ook wel een beetje zenuwachtig...
De eerste wedstrijd was om tien over half tien, meteen tegen 'aartsrivaal' Alice Smith, ook uit KL. En het was met recht een eerste wedstrijd, want Daan en zijn teamgenoten hadden nog nooit eerder een echte wedstrijd gespeeld. Het gooien en vangen ging nog niet helemaal lekker. En toen Garden aan slag was, en Daan de belangrijke rol van laatste 'batter' had... toen ging het niet helemaal goed. Toen sloeg hij drie keer mis. Daar was hij even goed ziek van.
Maar bij de tweede veldbeurt ging het al veel beter. En bij de tweede slagbeurt ook. Toch verloren ze de wedstrijd. Nou ja, om een lang verhaal kort te maken: jammer genoeg ging iedere wedstrijd verloren. Maar de goede kant is dat Garden wel steeds beter ging spelen. Nog een paar wedstrijden en we waren zeker gaan winnen. Dat moet toch volgend jaar helemaal goedkomen, zou je denken.
Gelukkig haalde Year 6 wel de finale en verdiende daar een prachtige tweede plaats.
En toen konden we de bussen weer in, om onze voeten te wassen en even bij te komen van al deze spanningen. Morgen voetbal!!!

woensdag 9 juni 2010

FOBISSEA 2010- Day 1

Wekenlang heeft Daan getraind. Een beetje bloed, liters zweet en af en toe zelfs tranen. En nu is het zover: vandaag gaan we naar Singapore voor FOBISSEA 2010.
Een koffer vol stoere, gesponsorde outfitjes (eentje voor atletiek, eentje voor voetbal, eentje voor t-ball en zelfs een handdoek met z'n naam erop), een rugzak met handige spullen en z'n paspoort hebben we vanmorgen afgeleverd bij het kantoor van de gymleraren. Samen met een zenuwachtige Daan. Hij vertrok, samen met zijn team, om elf uur met de bus. Twee uur later gingen wij: mama en Thomas, met het vliegtuig. Nu zitten we in het Grand Copthorne Waterfront Hotel, samen met papa. En Daan? Die blijkt weliswaar ook in het Copthorne te zitten, maar wel in een heel ander Copthorne, op Orchard Road. Die zien we dus morgenochtend pas. Hopelijk mist hij Tijgertje niet te veel - die zat niet in zijn koffer, maar wel in de onze, maar we hebben hem dus nog niet kunnen geven.
Morgenochtend om 7.15 uur begint het echt. Dan vertrekt de bus met alle andere zenuwachtige ouders naar het Ar Jas Stadium. Voor wie nieuwsgierig is: de uitslagen staan op www.tts.edu.sg/main/fobissea. Duim voor Daan!

zondag 6 juni 2010

Huizense in Kuala Lumpur aflevering 11: Zwarte Zondag

(uit: De Gooi- en Eemlander van vrijdag 4 juni)

Maleisië laat zich graag zien als een land dat trots is op haar culturele diversiteit. Eén van de grote voordelen daarvan, is dat de belangrijkste hoogtijdagen van de vier grootste religies (de moslims, de christenen, de boedhisten en de hindoe’s) allemaal nationale feestdagen zijn. Er gaat dus bijna geen maand voorbij zonder lang weekend. Daar moet je natuurlijk gebruik van maken en dus trokken wij dit weekend naar Langkawi, een prachtig eiland aan de westkust tegen de grens met Thailand aan. En omdat we zoveel mogelijk van het land wilden zien, besloten we met de auto te gaan. Dat klinkt misschien als een hele expeditie, maar dat was het niet. Een prachtige snelweg langs bergen, regenwoud en rijstvelden, met meer dan genoeg wegrestaurantjes – eigenlijk net alsof we vanuit Nederland naar Spanje reden (maar dan toch een beetje anders). In Kuala Kendah namen we de veerboot. Ook helemaal prima – al verbaasden we ons over de vertoonde film: om half vier ’s middags, voor een boot vol gezinnen met kleine kinderen, werd zonder problemen een film vertoond met een schokkende hoeveelheid geweld. Oh ja, en met een flinterdun liefdesverhaaltje – met als hoogtepunt… een knuffel. Blijkbaar mag je kinderen wel laten zien hoe je iemand in elkaar trapt, maar een kus? Da’s pas echt schadelijk, natuurlijk.

Langkawi was prachtig, drie dagen lang. En toen kwam de terugweg. Op zondag. Ineens zag de jetty waar we op de boot moesten stappen zwart van de mensen. Ineens was alle beleefdheid en hulpvaardigheid verdwenen. Er werd geduwd, getrokken, voorgedrongen – zelfs geschreeuwd tegen onze kinderen. Een beetje beduusd vielen we uiteindelijk in de stoelen van de veerboot. Om daarna alweer verbaasd naar de film te kijken: deze keer een ‘comedy’, waarin nu zonder enige gene een vibrator tevoorschijn kon worden gehaald. De rest van de veerboot lag dubbel – humor is duidelijk voor een groot deel cultuurgebonden. Maar toegegeven: deze keer vloeide er geen bloed.

Jammer genoeg bleek de drukte bij de jetty geen toeval. Eenmaal terug op de snelweg leek het net of alle inwoners van Kuala Lumpur met de auto terugkwamen van familiebezoek op Langkawi of in Thailand: het was één grote, 350 kilometer lange file. En ook hier was alle beleefdheid en hulpvaardigheid verdwenen: terwijl de brutale chauffeurs de vluchtstrook gebruikten als extra rijstrook, kostte het een ambulance met loeiende sirene oeverloos veel tijd om vooruit te komen op de linkerrijstrook. Bij de toiletten en wegrestaurants stonden de auto’s rijen dik en was het graaien om iets te eten te krijgen. Eigenlijk net alsof we van Nederland naar Spanje reden. Maar dan op Zwarte Zaterdag. Leuk hoor, al die feestdagen, maar dat doen we dus niet meer.