dinsdag 29 maart 2011

Huizense in Kuala Lumpur: Effe lunchen

(Uit De Gooi- en Eemlander van zaterdag 26 maart)
Tijd mag een relatief begrip zijn, maar als rechtgeaarde Nederlander kan ik mijn tamelijk precieze tijdsbesef maar moeilijk loslaten – zelfs al maakt de combinatie van de temperatuur en de luchtvochtigheid dat je al begint te zweten als je zelfs maar aan bewegen denkt. Het klimaat in Maleisië valt eigenlijk alleen goed te hanteren als je het heel rustig aan doet. Ik besef het wel, maar het lukt me niet. Als ik al heimwee heb, dan is het naar ‘mijn’ land waar je eigenlijk alles wel ‘effe snel’ kunt doen. Even snel op de fiets boodschappen halen, even de kinderen van of naar school brengen, even een brief op de post: je kunt het zo gek niet bedenken, of in Nederland kan het wel even tussendoor.
Hier niet, maar dat lijkt maar niet tot me door te willen dringen. En dus erger ik me vrijwel dagelijks goed Hollands suf aan mensen die altijd te laat komen, aan het volkomen onlogisch aangelegde wegennet, de chauffeurs die de inrit van school blokkeren met hun veel te grote auto’s en het postkantoor dat vooral als betaalloket dienst doet en waar de rijen immer veel te lang zijn.
Maar het is mijn probleem. Ik heb er zelf de meeste last van. De mensen hier niet. De mensen hier hebben namelijk geen haast. Ze hoeven niet ‘effe snel’. Moeten ze wachten? Nou, dan wachten ze toch? Er zijn hele volksstammen die hun geld verdienen met wachten: de security guards die je overal op straat en bij ieder appartementencomplex ziet, parkeerwachten, de verkeersregelaars die moeten zorgen dat potentiële klanten van het nieuwe winkelcentrum veilig kunnen afslaan naar de parkeergarage… Ze wachten allemaal op hun gemakkie tot het tijd is om iets te doen. Nederlandse collega’s zouden klagen over geestdodend werk, over een gebrek aan uitdaging, maar hier niet. Ze wachten gewoon. Tot het tijd is voor de lunchpauze. Die is lang – want ‘effe lunchen’, dat is er hier ook niet bij. Niks een half uurtje met je boterhammetje uit een plastic zakje, nee: de Maleisiër neemt de tijd. En indien nodig de auto, om desnoods een half uur verderop de beste beef rendang, de beste noodle soup of de beste kampung fried rice te gaan eten. Met minder neemt hij geen genoegen. De winkel gaat dicht, het kantoor is leeg: wat eten betreft, worden er geen concessies gedaan.
Laatst zijn we helemaal naar Kepong gereden voor een Chinese rabbit fish. Ik moet zeggen: het was heerlijk. En toen ik die eenmaal op had, had ik ineens niet zo’n haast meer. Ik had best die middag op een stoeltje willen zitten wachten tot iemand de garage in wilde. Maar helaas. Ik moest nog even boodschappen doen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten