dinsdag 28 september 2010

Huizense in Kuala Lumpur: Virtueel bakkie koffie

(uit De Gooi- en Eemlander van zaterdag 25 september)

Het nieuwe is er een beetje af. We zitten hier nu acht maanden en het leven hier begint eigenlijk verdacht veel op het leven thuis te lijken. School, werk, boodschappen doen: het gaat hier allemaal net zo hard door als in Nederland. Nou ja, figuurlijk dan. Want echt hard gaat het niet: ‘even’ boodschappen doen duurt hier op de één of andere manier toch altijd minstens twee uur. Vraag me niet waarom, maar sneller lukt het niet, terwijl we tot vorig jaar iedere zaterdag in een uur de Albert Heijn door waren. In het begin kon ik dat nog verklaren door het feit dat we nog zoekende waren naar wat we nou precies wilden kopen – al die nieuwe, onbekende spullen, kruiden en merken-, maar inmiddels weten we dondersgoed wat we nodig hebben en hebben we zelfs weer een vaste route. Dus daar kan het niet aan liggen.

‘Even’ de kinderen van school halen, duurt hier drie kwartier. Niet omdat de school zo ver is, maar omdat we altijd in de file staan. En ik werk dan officieel wel niet meer, maar daar staat tegenover dat Erik voor minstens twee werkt. Kortom: het is dat de zomer hier nooit ophoudt, dat de vakanties en vrije dagen gevuld worden met exotische bestemmingen en dat we soms echte apen door onze speeltuin zien slingeren, maar anders…

Het thuisfront lijkt er inmiddels ook aan gewend dat we weg zijn. In het begin werden we plat geskypt door iedereen. We gaven aan de lopende band digitale rondleidingen en het voelde heel bijzonder om iedereen zomaar in de huiskamer te kunnen halen – en om bij hen uit het raam te kunnen kijken wat voor weer het in Nederland was. Inmiddels zijn alleen de die-hards nog wel eens online. We doen het niet meer voor een beetje virtueel bij elkaar op de koffie. We willen elkaar echt zien. We willen geen digitale rondleiding, maar een rondleiding in het echie. Zodat ze weten hoe het ruikt, voelt, smaakt, proeft hier. Dat virtuele is best leuk, maar het is niet echt. Het blijft een plaatje op een beeldscherm. Dat heb je op een gegeven moment wel gezien. Dat snap ik wel, dat hebben wij ook. En dat geeft niets. Maar daarom is het wel extra geweldig als mensen van thuis de moeite nemen om hier heen te komen, zoals mijn vriendin dit weekend. Ik ga haar niet alleen rondleiden in ons huis, maar in ons hele nieuwe leven hier. Helemaal leuk en spannend. En dat kan toch echt alleen maar ‘live’.

woensdag 22 september 2010

'n Luizenleventje

Oké, oké, we weten het nu wel: we leiden een luizenleventje. Inclusief luizen, zo bleek vandaag bij de controle op school. Volgens de school nurse hebben de beestjes een voorkeur voor blonde koppies. Wij zijn dus de hele dag aan het kammen en wassen.

zaterdag 18 september 2010

Haveman maakt debuut voor KL Vikings





Na acht maanden trappelen mocht Erik vandaag eindelijk weer de wei in voor een echte voetbalwedstrijd. Argon 3 werd met pijn in het hart verruild voor de KL Vikings, maar eerlijk is eerlijk: de overeenkomsten zijn groter dan de verschillen. Op de temperatuur na dan...

ps: oh ja, voor wie echt geïnteresseerd is: de eindstand was 2-0 voor de KL Vikings!

vrijdag 17 september 2010

In de schoolbanken

Dat zwarte gat waar ik zo bang voor was, dat bestaat dus helemaal niet.
Ik dacht dat ik als expat-vrouw mijn dagen zou slijten aan het zwembad, bij de Nail Shop en de kapper of in de Coffee Bean en de Starbucks, maar niets is minder waar. Het is druk.
Helemaal nu afgelopen dinsdag mijn training tot gids in het Nationaal Museum is begonnen. Tot maart leer ik iedere dinsdagmorgen alles over de geschiedenis van Maleisië, over de culturen, de religies en noem maar op. In de loop van die maanden wordt ik geacht drie keer een presentatie te geven. De eerste hoeft maar over één voorwerp in de collectie te gaan en hoeft maar drie minuten te duren, de tweede gaat over twee voorwerpen en duurt vijf tot zeven minuten en de laatste keer moet ik een kwartier volpraten over één van de vier galerieën waaruit het museum bestaat. Daarna moet ik in staat zijn om minstens één keer per maand toeristen in een uur door het museum te loodsen, terwijl ik ze ondertussen wijzer maak over hoe Maleisië Maleisië is geworden.
Afgelopen dinsdag was het nog heel globaal. Er moesten wat huishoudelijke zaken geregeld worden (foto's voor nog een pas, waarmee wij 'gidsen-in-spe' door het museum mogen dwalen) en natuurlijk kregen wij een eigen rondleiding. Dinsdag begint het echt. Bij het begin: de prehistorie. Ik heb er zin in. En als jullie nou hierheen komen, dan kan ik vanaf maart die rondleiding natuurlijk speciaal voor jullie in het Nederlands doen!

zaterdag 11 september 2010

Ho Chi Minh: stad met twee gezichten




Erik moest voor zijn werk naar Ho Chi Minh City en de jongens hadden Hari Raya-vakantie (suikerfeest). Wat doe je dan? Dan ga je met z'n allen mee naar Vietnam! We kropen bij Erik in het hotel (heel sjiek: het New World Hotel) en gingen op pad.
Het leuke van Ho Chi Minh City is dat je er kunt lopen. Soms lijkt het wel een beetje op een hindernisbaan, dat wel: de stoepen staan bijna net zo vol met brommertjes als de straten en anders zitten er wel mensen met spulletjes die ze verkopen. Oversteken is een vak apart. Er liggen wel zebrapaden en er zijn stoplichten, maar daar trekt niemand zich wat van aan. Als je naar de overkant wil, dan begin je gewoon héél rustig de straat over te steken, stapje voor stapje. En dat gaat dan goed. De brommertjes wijken uit, de auto's vaak ook wel. Het lijkt een gekkenhuis, maar eigenlijk rijdt iedereen heel rustig. Als je dat weet en onder de knie hebt, zijn een heleboel bezienswaardigheden gewoon lopend te bereiken.

Dag 1: Ho Chi Minh Stad
We zijn begonnen bij de Ben Thanh Market, waar je echt alles kunt vinden wat normaal gesproken wordt gegeten, gedragen of gebruikt: kleding, groenten, kruiden, koffie, snoepjes, varkensoren... Hoewel er in de Lonely Planet staat dat je hier hard moet afdingen, omdat de prijzen hoger liggen dan elders is dat ons niet gelukt. In de winkeltjes wordt een officiële boekhouding bijgehouden. Daarna staken we de gigantische rotonde over (heeeeeeel voorzichtig). Niet ver van de markt ligt namelijk het Fine Arts Museum, in een prachtig geel, wit gebouw. Het bekijken is een beetje behelpen, er staat weinig uitleg bij, maar het is wel bijzonder om te zien, vooral de politiek correcte kunst op de tweede verdieping.
Een ijsje later hobbelden we weer over straat, kochten twee prachtige schilderijen bij één van de vele galerietjes, maar toen raakten we een beetje de kluts kwijt. Dat werd natuurlijk meteen opgepikt door een paar heren op 'cyclo', die ons best naar het War Remnants Museum wilden brengen. Dat museum is een must. Hoewel wel vreselijk subjectief en af en toe irritant propagandistisch laat dit museum als geen ander zien hoe nutteloos en verschrikkelijk oorlog is. Speciale aanrader: de bijzondere expositie op de derde verdieping, Requiem Exhibition, een verzameling foto's van fotografen die in veel gevallen zelf de wat ze hier noemen Amerikaanse Oorlog niet hebben overleefd. Een groter contrast met het vredige hotel-zwembad kun je eigenlijk niet bedenken - maar lekker was dat wel.

Dag 2: de Mekong Delta
De volgende dag stond ons eerste tochtje op het programma (geboekt bij Sinhbalo Adventures, niet de goedkoopste, maar wel een aanrader): naar de Mekong Delta. We bleken maar met z'n drietjes (altijd fijn)! De tocht naar My Tho was lang, maar er is genoeg te zien onderweg: de typische vrouwtjes met hun hoedjes in de rijstvelden, de graven die midden in diezelfde rijstvelden staan, de restaurantjes langs de weg, waar je even lekker in een hangmat kunt relaxen... In My Tho wachtte onze boot, met rotan-strandstoelen. We voeren over de Mekong, langs de floating fish farms, voor we voor een kopje thee en vers fruit aanlegden bij een fruitkwekerij. Daarna volgde een tochtje door de kanalen, met heel veel modderkruipertjes, prachtige vlinders en rust. De volgende stop was de plek waar ze coconut candy maken. Zoals onze gids al zei: alles in Vietnam wordt gerecycled en dus wordt ook de hele kokosnoot gebruikt: de buitenkant om een vuurtje te maken, het uitgeperste vlees wordt veevoer en de melk uiteindelijk een soort toffee. En toen stond diezelfde gids ineens voor m'n neus met een fles vol slangen. En een klein glaasje erbij... Slangenwijn. Goed voor je gewrichten - en dat spreekt de Vietnamezen in de Mekong Delta erg aan, aangezien die een groot deel van de dag voorovergebukt in de rijstvelden staan. Drie glaasjes slangenwijn per dag en het komt helemaal goed met je rug - geloven ze...
De lunch was heerlijk, de tocht over de Mekong terug en precies toen we in ons busje zaten, barstte de tropische regenbui los, dus al met al een prima dag.

Dag 3: Ho Chi Minh Stad
De taxichauffeur zette ons af bij weer een prachtig Frans koloniaal gebouw: het History Museum, gebouwd in 1929. Een zowaar logische route leidde ons via de prehistorie en de Bronstijd naar de verschillende dynastieën. Wonderbaarlijk genoeg ontbreekt de periode waarin de Fransen Vietnam als een onderdeel van Indochina overheersten compleet, maar wel duidelijk is dat voor die grote oorlog met Amerika Vietnam al het toneel was van talloze veldslagen met Chinezen, Cambodianen en Mongolen.
Aan de overkant konden we nog even een blik werpen in de Temple of King Hung Vuong, voor we naar links afsloegen, de botanische tuinen en vooral de dierentuin in. Ervaringen in Kuala Lumpur en Melaka hebben ons al wel geleerd dat we de dierentuinen hier vooral niet moeten vergelijken met die in bijvoorbeeld Emmen (met als positieve uitzondering de dierentuin van Singapore). De verblijven van de giraffen en de herten maken wel duidelijk dat ze hard proberen zichzelf te verbeteren, maar de gibbons en de urang utans moeten het nog steeds doen met een veel te klein hokje. Ook bijzonder: in het hok waarin drie grote pythons waren gehuisvest, liep een heel gezellig caviaatje rond. Zo eentje die wij in Nederland als huisdier hebben. Nu weten we heus wel dat pythons geen vegetariërs zijn, maar ik vond dit ook wel weer een beetje zielig...
De volgende stop (na weer een paar bijzonder spannende oversteek-momenten) was de Jade Emperor Pagoda - een juweeltje, zo verstopt in een steegje dat je er voorbij loopt als je niet heel erg oplet. De jongens waren vooral onder de indruk van de honderden schildpadden die daar om de één of andere reden in een vijver werden gehouden - op verschillende schilden waren teksten geschreven die wij natuurlijk absoluut niet konden ontcijferen, een heel bijzonder gezicht. Binnen was het kleurrijk, het houtsnijwerk is prachtig en de wierrook bijna adembenemend. Erg, erg mooi.
En toen wisten we zowaar helemaal zelf de weg terug naar ons hotel!

Dag 4: de Cu Chi Tunnels
Op de laatste dag gingen we nog even met de gids mee naar een plek ten noordwesten van de stad, Ben Dinh. Daar zijn de Cu Chi Tunnels, waar ooit de Vietcong guerrillas leefden, vochten en in heel veel gevallen ook stierven. Het tunnelnetwerk werd in de jaren zestig legendarisch omdat het zorgde dat de Vietcong een gebied kon controleren dat slechts dertig tot veertig kilometer van Saigon lag. Het netwerk bestond uit meer dan 250 kilometer tunnel - er waren plekken om te wonen, opslagruimten, ziekenhuisjes, wapenfabriekjes... en dat allemaal ondergronds. De tunnels maakten verrassingsaanvallen mogelijk en zorgden dat de guerrillas spoorloos konden verdwijnen. Dat vonden de Amerikanen (en de Zuid-Vietnamezen) natuurlijk niet prettig - en zo werd het gebied uiteindelijk volledig plat gebombardeerd, gebuldozerd en bestookt met chemicaliën, benzine en napalm.
Het bezoek aan die tunnels - waar Erik en ik absoluut niet inpasten, alleen Thomas en Daan konden er redelijk in en uit - was ontzettend indrukwekkend. Met de nadruk op ontzettend, omdat ook hier ineens weer even heel duidelijk werd dat Vietnam misschien niet economisch, maar wel politiek nog steeds communistisch is. Bij het filmpje over de strijders klonk triomfantelijke marsmuziek - bij het tonen van de meest verschrikkelijke vallen die werden opgezet voor de vijand, maar ook bij het vertellen over hoeveel slachtoffers er aan de Vietcong-kant waren gevallen (van de 16000 strijders overleefden maar 6000 de oorlog). Tja... Onze gids bleek een oudstrijder van de Zuid-Vietnamezen en leek oprecht opgelucht dat wij niet stonden te springen om een paar rondjes te vuren op de schietbaan. Daar hadden we echt geen zin in.

En zo kwamen we terug in Ho Chi Minh, aten nog wat pho (noodle soup) bij het restaurant waar Bill Clinton in 2000 ook heeft gegeten en pakten onze spullen. Wat een indrukken hebben we mee naar huis genomen! Zoveel moois en zoveel naars. Een heel bijzondere stad.


Terug van weggeweest: Huizense in Kuala Lumpur!

(uit De Gooi- en Eemlander van zaterdag 11 september)

De grote vakantie is voorbij – lang leve de vrije dagen! Sinds de school weer is begonnen, hebben we nog geen volledige schoolweek gehad. Want alsof het nog niet genoeg is dat vrijwel alle feestdagen van zowel moslims als christenen als hindoes als Chinezen worden gevierd, hebben we ook nog eens twéé dagen waarop het bestaan van Maleisië als staat wordt gevierd. En voor het gemak vieren we die dagen niet aansluitend, na elkaar, nee, er zitten twee weken tussen.

Vorige week was het Merdeka Day. ‘Merdeka’ is Maleis voor onafhankelijkheid. Op 31 augustus 1957 werd de Maleisische onafhankelijkheid door de ‘vader des vaderlands’ Tunku Abdul Rahman uitgeroepen op het mooiste plein van Kuala Lumpur, dat sindsdien heel toepasselijk als Merdeka Square door het leven gaat. Normaal gesproken gaat die viering gepaard met veel vertoon van patriottisme – maar dit jaar viel Merdeka Day midden in de ramadan, dus al te uitbundig gefeest werd ongepast geacht. Natuurlijk hingen (en hangen) alle gebouwen vol met vlaggen, waren de programma’s waarin de lof van de Maleisische natie werd bezongen niet van het scherm te krijgen en rijden auto’s rond met kleine vlaggetjes, alsof niet Spanje maar Maleisië de wereldcup heeft gewonnen. Maar onafhankelijkheidsdag zelf moest het met een naar verhouding sobere parade doen in een stadion. En de niet-moslims? Die trokken zich nergens wat van aan en deden wat iedereen hier altijd doet op een vrije dag: winkelen.

Gelukkig is er volgende week een herkansing. Want in 1957 was Maleisië nog niet helemaal compleet: het duurde namelijk nog tot 16 september 1963 voor Sabah en Sarawak (op Borneo) zich ook bij de Maleisische Federatie voegden. Dat was nog geen nationale feestdag, maar dat is het dit jaar voor het eerst wel: Malaysia Day. Geen parades op deze dag, binnen of buiten een stadion, maar meer een volksfeestje met sociale, culturele en sportieve evenementen, om ‘het begrip tussen de verschillende rassen te versterken’. Dat is nogal een ding hier: ‘Satu Malaysia’ – het ideaal van één Maleisië waar iedereen, ongeacht ras of religie, zich zou moeten thuisvoelen. De overheid stopt in ieder geval ladingen geld in radio- en televisiespotjes, patriottistische liedjes met titels als ‘We R Malaysia’ en grote borden langs alle snelwegen. Als eigenwijze Hollander krijg ik er helemaal de kriebels van. Want helemaal één zijn ze helemaal niet. Daarvoor maakt diezelfde regering namelijk zelf veel te veel onderscheid tussen de rassen. Op werkelijk ieder officieel document moet je aangeven wat je achtergrond is – iets wat in Nederland juist ondenkbaar is en als discriminerend wordt ervaren, is hier de normaalste zaak van de wereld. Zolang dat zo is, vraag ik me af of al die feestdagen wel helpen.