maandag 29 november 2010

Een weekendje lokaal


Dit weekend stond ons eerste familie-weekend met Erik's collega's op het programma. Met de bus naar Ipoh (de derde stad van Maleisië, een paar honderd kilometer ten noorden van Kuala Lumpur) en dan naar The Lost World of Tambun - wat overigens meer een waterpark dan iets anders is.
Natuurlijk wisten we dat er een groot zwembad was met glijbanen. De zwembroeken zaten dus in de tas, net als mijn bikini. De meest degelijke nog wel, want dat er niet topless gezwommen kon worden, hadden we natuurlijk wel door (niet dat ik dat op mijn oude dag nog doe, maar toch... je hebt bikini's en bikini's natuurlijk). Maar ik had 'm best thuis kunnen laten. Een bikini, hoe degelijk ook, is namelijk 'not done' in een Maleisisch waterpark. Een beetje leuk, hip badpak trouwens ook niet. Er was hoegenaamd geen vlees te zien - ook niet bij de heren, overigens. In een Maleisisch waterpark, zo weten wij sinds zaterdag, gaat iederéén met minstens een broek tot de knieën en een t-shirt te water.
Daar moest ik even aan wennen. Ik voelde me eerst op z'n Hollands beknot in mijn vrijheid. Maar goed... de dames en heren en jongens en meisjes zwommen gezellig door elkaar heen. Niet alle hoofddoekjes bleken even goed bestand tegen de krachten die toch bij zo'n geweldige glijbaan komt kijken, maar als hij afvloog, deed niemand daar heel hysterisch over. En bruin worden? Daar zit je ook niet op te wachten als je dat van nature al bent. Dat is echt typisch de uitvinding van bleke Noordeuropeanen die de zon maar drie maanden per jaar te zien krijgen - als ze geluk hebben. Bovendien kun je met een t-shirt en een kniebroek best fijn alle plekken verstoppen die een bikini genadeloos blootlegt. Kortom: uiteindelijk mocht het de pret niet drukken.
Natuurlijk werd er ook gegeten. "En gedronken", zult u daar automatisch aan willen toevoegen. Ja, er werd gedronken. Water. En ranja. Dat was het. Geen bier, geen wijn, zelfs geen frisdrank. Ook dat was even wennen. Voor ons. De collega's zaten er niet mee. Die deden enthousiast mee aan het limbo-dansen en karaoke. Daar hadden ze geen bier, wijn of zelfs maar cola voor nodig.
Maar het meest bizar was het feit dat iedereen binnen vijf minuten - wat zeg ik, na één blik - wist wie de jongens en ik waren. Terwijl wij geen idee hadden wie zij waren. Dat was lastig. Want werkelijk iedereen die we in het waterpark tegen kwamen, kon in principe iemand zijn waarmee we in de bus hadden gezeten. Alleen herkenden wij ze niet. En dus hebben we de hele dag heel vriendelijk naar iedereen gelachen. Voor de zekerheid. Heel vermoeiend.
Gelukkig hadden ze in het hotel wel bier.

Huizense in Kuala Lumpur: Expatvrouw

(Uit De Gooi- en Eemlander van zaterdag 20 november)
De meest gestelde vraag aan een expatvrouw is volgens mij: ‘Wat doe jij nou zo’n beetje de hele dag?’ Toegegeven: dat dacht ik zelf ook altijd. Wat doet een vrouw die in sommige gevallen 24 uur per dag een maid in haar huis heeft rondlopen die werkelijk alles doet wat je maar aan huishoudelijk werk zou kunnen verzinnen? Die niet mag werken – en die toch genoeg geld tot haar beschikking heeft, omdat haar man nou eenmaal genoeg verdient (en het bedrijf betaalt de huur, het schoolgeld en in ieder geval één auto)? ’n Beetje bij het zwembad liggen, lezen, nagels en haren laten doen, koffie drinken bij collega-expat-vrouwen… dat klinkt toch heerlijk? Hemels?
De werkelijkheid is natuurlijk anders. Bij het zwembad liggen en je nagels laten doen is inderdaad erg leuk, het feit dat iemand anders je huis schoonmaakt ook – maar zelfs het paradijs gaat vervelen. De belangrijkste vraag die expatvrouwen zichzelf hier stellen is: ‘Waar kan ik iets vinden waar ik mijn tanden in kan zetten?’. En zo verschillend als al die expatvrouwen zijn, zo verschillend zijn de oplossingen waarmee ze komen.
Ik heb nog nooit zoveel vrouwen met hun eigen onderneming gezien – hoe groot of klein dan ook. De één stort zich op het ontwerpen van tassen met foto’s erop, de ander ontdekt dat ze een prima fotograaf is en de derde maakt slingers van lokale batik-stoffen. Anderen storten zich op een studie – of op de sportschool. Die komen slimmer dan wel fitter terug dan ze ooit zijn geweest. Bij het zwembad liggen en nagels laten doen? Ja, prima – maar ze hebben er nauwelijks tijd voor.
Er is ook een grote groep die het niet kan vinden. Ze proberen alles: yoga, schilderen, hardlopen, koken… Maar het past ze niet. Ze zoeken allerlei redenen: het land is spiritueel gezien te ‘leeg’, hun echtgenoot werkt te veel, de school besteedt niet genoeg aandacht aan hun kinderen en je kunt niemand hier vertrouwen. Ze zijn niet gelukkig.
Na een jaar kan ik zeggen dat het niet makkelijk is een expatvrouw te zijn. Hoe paradijselijk het bestaan ook mag lijken, de medaille hééft een andere kant. Niet meer je eigen geld verdienen. Heel veel alleen zijn, omdat je man ofwel veel reist voor zijn werk, ofwel ontzettend lange dagen maakt ‘omdat we hier natuurlijk wel gekomen zijn om te werken’. Heel veel vrije tijd hebben, maar toch constant op de klok moeten kijken, omdat je kinderen hier niet zelf van school naar huis kunnen, of van huis naar een vriendje. En geen vrienden of familie om stoom bij af te blazen, want dat gaat nou eenmaal niet lekker via mail of Skype, en bovendien wil je niet klagen, want hee: je hebt een maid en een zwembad en alle tijd om je nagels en haren te laten doen…

woensdag 17 november 2010

Penang


De kinderen hadden vorige week weer eens vrij. Niet vanwege een feestdag deze keer, maar vanwege studiedagen van de leraren. Jammer genoeg houden Erik's vrije dagen geen gelijke tred met die van de jongens - en ik had geen zin om twee dagen thuis rond te hangen. Gelukkig dacht de moeder van twee vriendjes van de jongens er net zo over en dus vertrokken wij woensdagavond naar één van de leukste eilanden van Maleisië: Penang.
Penang was één van de Straits Settlements, de Britse gebieden in Maleisië in de 19e eeuw. Chinezen uit Zuid-China werden aangetrokken door het werk in de tinmijnen en op de rubberplantages, bleven er wonen en trouwden lokale vrouwen (want de Chineze vrouwen mochten niet reizen). Hun afstammelingen worden afwisselend Straits Chinese, Peranakans of Baba Nyonya's genoemd en vormen een bijzondere gemeenschap met een cultuur die een mix is van Chinese en Maleise tradities en gebruiken. In Penang- en met name in de 'hoofdstad', Georgetown, is de Chinese invloed nog heel duidelijk zichtbaar met rijen (vaak keurig gerestaureerde) shophouses en tempels in ieder klein hoekje. Maar je hebt ook Little India - hoewel er daar ook genoeg Chinese tempels te vinden zijn, net zoals er moskeeën zijn in Chinatown.
We sliepen in het Copthorne, in Tanjung Bungah. Het kleine privé-strand bij het hotel hadden we echt voor ons alleen - en dat was meteen het grootste pluspunt van het hotel. De kamer was netjes, maar vochtig... Wel goedkoop, maar niet echt een aanrader dus.
Voor het hotel was de bushalte, waar ieder kwartier een bus naar Georgetown stopte. Voor 8 rm konden we met z'n zessen (twee volwassenen, vier kinderen) mee - een echte belevenis!
Ook voor het hotel: Het Toy Museum. Duur, maar hilarisch - de manier waarop dingen bij elkaar gezet is onnavolgbaar, maar het weerzien met ET was toch bijna emotioneel.
Twee dagen was absoluut veel te kort. We gaan zeker nog een keer terug - en dan mag Erik mee :-)

zaterdag 6 november 2010

Huizense in Kuala Lumpur: Deepavali


(uit De Gooi- en Eemlander van zaterdag 6 november)

Heel Kuala Lumpur staat deze week in het teken van één van de grootste Hindu-festivals die er gevierd worden: Deepavali. Het is een soort Hindu-kerstmis, met heuse Deepavali-hits op de radio en overal lichtjes en kleurige, glimmende versieringen. Het meest in het oog springend zijn de ‘schilderijen’ die met gekleurde rijst op de grond worden gemaakt. Het zijn pauwen, bloemen, mandala’s – sommigen metersgroot, andere klein, maar je ziet ze overal: in winkelcentra, op het station, bij school, bij de ingang van ons gebouw. En dat allemaal voor het feest van de lichtjes, zoals je Deepavali kunt vertalen.

Gisteren was de officiële feestdag voor Deepavali, maar eigenlijk duurt het feest van de lichtjes de hele maand, want er moeten natuurlijk allerlei voorbereidingen worden getroffen voor de vijf dagen die het hoogtepunt van Deepavali vormen. Er moeten koekjes worden gebakken, maar vooral moet alles nieuw en schoon worden gemaakt: van de gordijnen tot de kleding. Met Deepavali wordt immers de overwinning van het licht over donker en het goede over het kwade gevierd. Daar horen allerlei verhalen en legendes bij, die van Indiase streek tot Indiase streek verschillen. Maar de mensen uit het zuiden van India – en dat zijn net degenen die naar Maleisië zijn gekomen – vieren vooral de overwinning van Lord Krishna op demon-koning Narakaasura. Narakaasura heerste over wat nu Nepal is. Zijn macht was hem naar het hoofd gestegen en hij was verschrikkelijk voor alle goede en heilige mannen en zelfs voor de goden. De goden vroegen daarom op Lord Krishna hen kon komen redden. Dat deed hij natuurlijk: hij versloeg eerst het gigantische leger van Narakaasura en onthoofdde uiteindelijk de demon-koning zelf. De bevolking was bevrijd, en de 16.000 dochters van de goden in de harem van Narakaasura waren ook weer vrij. Om te bewijzen dat hij de demon echt had verslagen, keerde Lord Krishna naar huis met het bloed van Narakaasura op zijn voorhoofd gesmeerd. Om hem weer helemaal schoon te krijgen, wasten de vrouwen Lord Krishna met geparfumeerde olie. Sindsdien is het gebruikelijk om vroeg in de ochtend een oliebad te nemen – om zo de slechte dingen van het afgelopen jaar van je af te wassen.

We hebben wat versieringen in huis gehaald, want ze zijn erg vrolijk en kleurrijk. En olielampjes, die de hele dag en nacht hebben gebrand om het donker en kwaad op een afstand te houden. Maar het blijft wennen dat een officiële feestdag hier bijna nooit een feestdag voor iedereen is. Dat er nooit een dag is zoals eerste Kerstdag bij ons, dat iederéén thuis of bij familie is (of desnoods aan het wandelen is op het strand of in het bos). De Indiase Maleisiërs vieren nu feest, maar de Malay en de Chinezen werken en winkelen gewoon door.